Opgedoken tijdens het onderduiken / Uit de sloot gevist

We kennen opa en oma van de volgende uitspraken:

Mijn opa en oma staan binnen en buiten de familie bekend om hun `gebatter`. om te illustreren wat `batteren` is, zie onderstaande typische conversatie:

Opa staat in de keuken de aardappelen op te warmen en kijkt om het hoekje naar hoe oma As the World Turns zit te kijken.
Oma: wat zit je nou te kijken?
Opa: ik sjit te kijken wat je zit te kijken
Oma: mot je dit nou ineens ook zien?
Opa: ik kijk wel uit
Oma: je zit altijd te zeiken dat ik dat zit te kijken en nou zit je zelf te kijken
Opa: ja jij zit dat altijd te kijken
Oma: …en jij zit altjd achter die stomme compjoeter
Opa: ja ik mot toch de parentele op orde houden

Ik denk dat hierin besloten lag dat ik de parentelen (familiegeneologie) moest overnemen. Laatst moest ik ineens een dooie doorvoeren. Opa had dat er niet bij gezegd.
In de parentele zitten mooie verhalen verborgen. 1 daarvan is het absolute pareltje: het verhaal over hoe mijn grootouders elkaar hebben ontmoet, 72 jaar geleden.
Ik noem het verhaal:

`Ik heb je oma opgedoken tijdens het onderduiken`

Het is 11 april 1923: Op zijn 20e verjaardag wordt ras-Amsterdammer Johannes Rink, zoon van cafehouder Adri Rink, met open armen ontvangen door de familie Lelie in cafe De 3 Zwanen, te Den Ilp. Jaap Lelie was een goede visvriend van Adri en wilde zodoende onderdak bieden aan Johannes, of liever Jan, die onder een tewerkstelling bij de Duitse Weermacht uit probeerde te duiken.
Als onderduiker breng je het pleeggezin en in dit geval cafe-personeel in gevaar, waardoor Jan al rad naar een nieuw onderduik adres moet zoeken. Jaap vindt met hulp van de Ondergrondse een adres in Meppel. Wat Jan daarvoor moet doen is om 7:00 met zijn vader onder de grote stationsklok van Amsterdam Centraal wachten op Jaap Lelie, die Jan verder zou instrueren van daaruit.
Het is al over 7:00 en de minuten en uren verstrijken. Na 2 uur blijkt Jaap al die tijd onder de stationsklok van Amsterdam Centraal gestaan te hebben, echter binnen, terwijl Jan en zijn vader buiten stonden. Zodoende vertrekt en arriveert Jan 2 uur te lat op het onderduikadres in Meppel, met als gevolg dat hij direct wordt teruggestuurd. Niet omdat hij te laat is, maar omdat de Duitsers zojuist een Razzia hadden uitgevoerd op het adres, en de veiligheid aanzienlijk was aangetast. Aldus kwam Jan terug in de 3 Zwanen.
Over Ilpers zegt men dat `zij nooit moeluk doen`, en zo krijgt Jan onderdak bij allereerst Jans en Ab Lelie, en later bij Aal Bunschoten, en nnog later bij Cor Bunschoten. Maar ook daar kon hhij niet blijven, voora vanwege de vele monden die gevuld moesten worden. Maartje en Pieter Bunschoten hadden nog wel plek!

Later zou Jan toegeven dat `Annie (Bunschoten) altijd al de mooiste was`, maar onze Jan zou toch een romantisch avontuurtje aangaan met Alida, een vriendin van de familie. Ze ouden gaan kanoen in de lekke kanno die Jan van een vriend had geleend. Alida had het allemaal ook serieus genomen, dat bewezen de zelfgebakken koekjes. De duitse herder van Alida`s vader joeg Jan gauw weg van Alida, waardoor dit afspraakje nooit een vervolg heeft gekregen.
De volgende dag besloot Cor, de broer van Annie een wandeltocht met vrienden te houden. Cor zelf, die niets wist van Jan`s kanotocht met Alida, had reeds Alida tot wandelpartner verkozen. Maar Jan kon dan met zijn zus Annie wandelen. Jan noch Annie leek enthousiast over de rendez-vous, maar toch verscheen Annie op afspraak.
Den Ilp is een lijndorp, dus geen zijstraat, enkel bosjes en bomen langs de enige straat van het dorp. Zag men een gedempd lichtje in de verte, dan doken Jan en An in de bosjes. Wat daar precies gebeurt is weten alleen zij, maar de verkering was in ieder geval een feit sinds die wandeling.

Het is overigens nog wel een keer uit geweest, namelijk toen Jan niet mee durfde naar een dansfeest, omdat hij nog ondergedoken zat. Maar Annie moest het van haar moeder Maartje weer aan maken. Het was zo een leuke jongen! en moeders wil is wet.

Jan Bunschoten trouwde Alida en Johannes Rink trouwde op 19 januari met Annie Bunschoten.

Dit is op zich een mooi verhaal, maar duidelijk het eenzijdige verhaal vanuit mijn opa`s perspectief. Opa praat graag en veel. Oma niet. Zij heeft minder woorden nodig. Zij doet niet `moeluk`.

Oma vertelt: Al die Amsterdammers kwamen verstoppen in de polder. Die kroosduikers. Ze hadden nog nooit kroos gezien.
Opa is wat dat betreft een ras-Amsterdammer. Hij belande regelmatig in de sloot en werd daardoor De Croosduiker genoemd.
Dat was oma`s verhaal.

Deze polemiek speelde zich afgelopen vrijdag prachtig uit:
Zoals altijd was het stel weer heerlijk aan het batteren.
Opa vatte zijn versie van het verhaal samen, zoals hij dat altijd doet: `Ik heb je oma opgedoken tijdens het onderduiken`.
Waarop oma antwoord: `Zit je weer op te scheppen?`
Opa: `Ik zit helemaal nooit op te scheppen!`
`Ach man! Gisteren nog, toen Gerard – van die eieren – er was!`
Opa: `Moet je nou ouwe koeien uit de sloot halen?`
Oma: Ouwe koeien? Ik heb jou uit de sloot gehaald!`

Opgedoken tijdens het onderduiken, of uit de sloot gevist…
Jan en Annie zullen het nooit eens worden over de titel van het verhaal over hun ontmoeting.

Daar batteren ze namelijk al 67 jaar over.