Mike is 19 en volgt voor de tweede keer dezelfde dagbehandelingen, zodat hij een reden heeft om zijn bed uit te komen. Daarnaast werkt hij een halve dag per week in de buurtsuper, tegen een schamel loontje dat automatisch gecompenseerd wordt met zijn Wajong. Mike komt doorgaans wat onverschillig over en dompelt zichzelf onophoudelijk onder in enorme hoeveelheden cola. Omdat het team van begeleiders hem uitermate lastig uit de veren krijgt, mag mike ‘s avonds na 20:00 geen cola meer drinken. Hij doet het toch en verschijnt gemiddeld een uur te laat bij therapie. Geen enkele psychiater is er tot nog toe in geslaagd een overtuigende diagnose te stellen. Autisme, psychotische stoornis, schizofrenie, autisme, borderline, angststoornis, manische depressie en weer psychotische stoornis zijn bokjespringende jan klaassens in de poppenkast.

Na twee jaar stopt de bekostiging van de dagbehandeling via de awbz en slaapt mike een spreekwoordelijk gat in de dag. Week in…week uit. Al gauw zijn we een jaar verder. Bijna gelijkertijd verloor mike de motivatie voor werk en ontwikkelde hij een plaatsvervangende passie voor een uiteenlopend scala aan games.

Pardoes, op een blauwe maandag, geheel onverwacht: paniek, angst, man over boord! Kort daarop: bewonersvakantie, herhaaldelijke hyperventilaties…en verkoudheid. Dus snel terug naar wat anderen zijn thuis noemen. Zijn medicatie wordt al snel vervijfvoudigd in zowel sterkte als kwantiteit, als wel in pluraliteit. Het gevolg is slapen, slapen, zweten en weer slapen. Steeds meer slapen, om minder te zweten. Hoe vaker je aan zijn deur klopt, des te vaker is er niemand thuis. ‘Ik ben er niet’. Dan treedt er een nieuwe manager aan. Als antwoord op de wat losse samenwerking binnen zijn nieuwe team van ontembare creatievelingen, preekt hij orde, regelmaat en gelijkheid, uitgedrukt in een corrigerend en collectiviserend beleid. Sindsdien wordt mike dagelijks aan het volgende vragenvuur onderworpen: ‘Waarom lukte het vandaag niet om uit bed te komen?’ ‘Wat ging er niet goed?’ ‘Waarom kun je niet bij de groepsmomenten zijn?’. Afgetopt met een gemeend ‘Welke sanctie zou jij jezelf geven wanneer je niet bij groepsmomenten kunt zijn?’ Reactie: ‘Ik wil een beloning wanneer ik het goed doe, dat is toch die srh-methodiek die jullie praktiseren?’. Ik zeg ‘is goed’.

Er komt een brief van het amc binnen: het blijkt een oproep voor het maken van een hartfilmpje, omdat er recentelijk een significante relatie tussen psychoses en hartkwalen is geconstateerd. ‘Ik kan het niet, ik wil het niet’, zegt mike koppig. ‘Over 3 maanden, dan kan ik het.’ Tussendoor vindt de psychiater het tijd voor een ‘second opinion’… Kort gevolgd door het dwingend advies van de manager om mike naar een zelfstandigere groep te verhuizen. De nobele taak om mike dit nieuws te vertellen is aan mij. Ik vind het moeilijk en doe het niet. In diezelfde week valt het besluit dat mike naar een andere begeleider over moet, omdat die begeleider zojuist ruimte in zijn caseload heeft verkregen na het noodzakelijke overdragen van 1 van zijn andere clienten. De nobele taak om mike dit nieuws te vertellen is wederom aan mij. Ik weiger. Ondertussen heb ik geen idee wat te doen met mike.

Wanneer ik mijn vertrouwen in de begeleidingsrelatie ondermijn door de overgeplaatste gedragsdeskundige in het team te raadplegen voor een driehoek-gesprek, is mike al onze interventies voor: ‘Afgelopen zaterdag heb ik voor de zoveelste keer mijn afspraak met mijn beste vriend gemist…ik was het zat en heb mijn wekker om 12:00 gezet. Het lukte! Al drie dagen ben ik om 12:00 op, over 2 maanden wil ik dagelijks om 9:00 op, zodat ik naar het amc kan gaan’. ‘Goed zo!’ zeg ik, en een periode van weloverwogen laissez-faire beleid mijnerzijds volgt. Twee maanden later belt mike mij vanaf zijn kamer mijn kantoor uit: ‘Kom je even buurten?’ Ik loop naar boven en hoor mike zeggen: ‘Vandaag werd ik om 6 uur wakker. Elke dag wordt het vroeger, straks krijg ik nog insomnia!’.

Ik heb nog steeds geen idee wat te doen met mike. Ik neig naar niets doen…