Mijn neefje levi is 3 jaar en altijd al mijn oogappeltje – of zoals mijn oma zou zeggen: mn apegatje – geweest. Hij is mijn grote inspiratie bron voor clownerie, dichterlijke muze, boeddhistisch ideaalbeeld en de hoop op een goede toekomst van de mensheid. Zoals hij onbevangen, intuïtief en creatief het leven domineert alszijnde een speeltuin, zo wil ik dat ook.

Vorig jaar genoot ik de deugd om met hem en mijn broer en zijn eega 2 weken op vakantie te gaan naar een voor ons welbekende camping aan de spaanse costa brava. Ook waren mee zijn oom en tante (zus van mijn schoonzus en vriend), met hun dochter fauve – of zoals levi zegt foof. Levi is dol op foof, ik ben dol op levi, iedereen is dol op elkaar en we hebben de tijd van ons leven.

Dit jaar gingen we naar een all-inclusive resort in turkije, wegens geldgebrek. Foof en haar ouders ontbreken, en dat bevalt levi niet. ‘Ik wil met foof spelen!’. ‘Die is er niet’ zegt mama, ‘zoek maar een ander meisje!’. Deze vindt levi in mum van tijd op de dansvloer van de kinderdisco. Als hij terug komt van de dansvloer vertelt hij ronduit over zijn ontmoeting. Hij noemt haar ‘meisjelijkeenbeetjeopfoof’. Mama is enthousiast, maar gematigd.

De volgende dag, weet levi dat papa en mama weer aan het zwembad gaan zitten, en dat hij weer naar de kinderdisco mag, en dus hoogstwaarschijnlijk meisjelijkeenbeetjeopfoof weer zal zien. Dus gaat levi ter voorbereiding aan de heuglijke avond voor het eerst uit eigen beweging zijn tanden poetsen. En hij wil een luchtje op. Eenmaal aangekomen bij de kinderdisco, vraagt levi herhaaldelijk aan mama, tot vervelens aan toe, zoals kinderen van 3 dat kunnen: ‘Waar is meisjelijkeenbeetjeopfoof?’. ‘Ga haar maar zoeken’, adviseert mama. Op dat moment komt er een klein lief meisje binnen, dat inderdaad wat weg heeft van fauve. Ze rent naar levi toe, met open armen, en omhelst hem. Mama, papa en ik zijn ontroert. Alle kinderen op de dansvloer dansen een door de animatieleiders ingestudeerd dansje, behalve levi en meisjelijkeenbeetjeopfoof, die voeren dwars door de geordende meute hun wiebel-spring-duik-en-rol-dans op. Tranen van vertedering rollen over onze wangen. Onbetaalbaar!

Dan…plots… duikt een tweede jongetje op. Het jongetje duwt levi opzij en knuffelt meisjelijkeenbeetjeopfoof. Hierop gooit levi dreigend zijn vest uit, duwt zijn borst hanig naar voren en gaat het jongetje met gebalde vuisten te lijf. Een helse matpartij voltrekt zich! Ondertussen entert een derde jongetje het toneel. Hij loopt naar meisjelijkeenbeetjeopfoof, knuffelt haar en gaat met haar dansen, terwijl levi en jongetje nr 2 nog steeds in een hevig gevecht verwikkeld zijn. Meisjelijkeenbeetjeopfoof vindt het allemaal prima. Als de kemphanen uitgeblust zijn, zoekt levi zijn moeder op en zwijgt tot de volgende morgen.

Het is de laatste dag van de vakantie. ‘Wil je een armbandje kopen voor fauve?’, vraagt mama. ‘Ja…maar ook 1 voor meisjelijkeenbeetjeopfoof!’ Zo gezegd, zo gedaan. Later op de dag is levi wederom naarstig op zoek naar meisjelijkeenbeetjeopfoof. Plots ziet hij haar in vol glorieus ornaat boven de zandbak uit prijken. Mama stuurt levi ernaartoe, en kort daarna keert hij woedend terug: hij had het armbandje liever zelf willen houden…

Ik ben dichter bij mijn ideaalbeeld dan ik denk.