De man dronk zijn drankje, maar met mate. Hij genoot van een hapje, maar niet te veel. Hij werkte dagelijks met gepaste toewijding en fietste door weer en wind er naar toe. Hij leefde gezond en genoot van de natuur. En, de man rookte…

Maar op een dag was de man zijn sigaretten verloren tijdens een lange avondwandeling door het dorp. Er was geen tabakswinkel meer open, en bovendien had hij geen geld op zak. Ook thuis was er geen tabak meer voorradig. Het begon er dus op te lijken dat de man zijn sigaretjes zou gaan missen, in ieder geval tot de volgende ochtend.

Hoewel dit tot de nodige, tevens verwachte, lichamelijke en geestelijke onrust leidde, bracht deze onthouding een fortuinlijkheid voort: de man ervoer een aanzienlijk beter presterend reukorgaan. De bomen ruiken naar hun specifieke loven of naalden. De wateren dragen de geur van hun bodem en oevergewassen. De regen en de zon vullen de lucht met aromatische dauw. Iedere dag, nee ieder uur heeft zijn geur.
Het leven kreeg een extra dimensie, zo leek het! Hoe had hij ooit zonder zijn reukorgaan geleefd?

Toen wist de man het: hij moest stoppen met roken! En zo deed hij.
Met elke ademhaling nam zijn reukvermogen, en daarmee zijn levensvreugd, toe. Na een aantal dagen begon hij de lucht zelfs te proeven! Smakkend en watertandend zweefde de man iedere ochtend zijn voordeur uit, als een tekenfilmfiguur achter de geur van een versgebakken appeltaart in het raamkozijn aan zwijmelt.

De man ging er zo in op, dat het pluriforme geurenpalet van Nederland hem te beperkt werd. Hij besloot een natuurrijker, en geurrijker, land te bezoeken, zodat hij zijn neus, en smaakpapillen, pas echt op de proef zou kunnen stellen. Zijn levensvreugd zou pieken! De man die stopte met roken besloot te gaan wandelen in het Troodos-hooggebergte op Cyprus. Klapstuk van de 5-daagse wandeltocht: de bijna 2000 meter hoge troon van de Grieks-mythische oppergod Zeus: de Berg Olympus.

Zoals de man het Nederlands landschap over zweefde, zo overstak hij de egeische zee, en lande in de ijle dennendauw van het Troodosgebergte. Naast de scherpe, doch zoete dennenlucht, prijkte notige tonen van cederhout, zoute parelkettingen van gele, rode en oranje anemonen, gedragen op een bedje van zult zeewater. En bij verrassing werd de man getackeld door een bitse, een gemoederlijke, of juist een snauwende odeur van ongekende plantsoorten. En als de man, die zoals eerder gezegd was gestopt met roken, zijn neus rijkelijk de kost wilde geven, dan boog hij indien nodig voorover, ging zo nodig op zijn tenen staan, zo nodig op 1 been, om maar die optimale geursensatie, en dus levensvreugd te kunnen ervaren.

Het grootste verschil tussen het landschap van zijn thuisland en dat van het Troodosgebergte, is vanzelfsprekend het reliëf. En bij zulke enorme bergpartijen komen scherp afgesneden bergwanden, met diepe valleien en haast verticale kliffen. En daar op die kliffen, tussen de dennen, de anemonen en andersoortige flora loopt het wandelpad, waarover de man – die zojuist is gestopt met roken – met wijd opengesperde neus heen zweeft. Hij hurkt, hij staat op zijn tenen, hij springt en staat op 1 been om zijn neus te voeden met zelfovertreffende natuurlijke aroma’s, totdat de man zijn balans verliest. De lucht blikkt ijler en leger dan hij dacht waar te nemen met zijn neus en gaf geen centimeter mee. Met een lange schreeuw verdwijnt de man in de eindeloze diepte van de vallei.

De man die stopte met roken, was gestopt met ruiken.

Dit verhaal hoorde ik van een gids, tijdens een rondleiding door het Troodosgebergte. De gids was overduidelijk een door de wol geverfde verteller. Hij ving je aandacht en wekte nieuwsgierigheid met de eerste zin van zijn verhaal. Hij liet pauzes waarin je je adem moest inhouden. Hij fluisterde wanneer je je oren dienden te spitsen. Hij plaveide je een rollercoaster van belevingen door met zijn wild dirigerende lichaam een film om je heen te projecteren. Zo een gids was het…op de enorme bergpartijen met scherp afgesneden bergwanden en diepe valleien met verticale kliffen.

De gids vertelde met ferve het verhaal van de man die stopte met ruiken. Hoe de man zijn sigaretten verloor, zijn neus ontdekte en het leven ontdekte. Over hoe de man over de steile kliffen van de Troodos liep, en om de geuren des levens te proeven op zijn tenen ging staan, op zijn hurken zat, op een been stond en zo nu en dan sprong. En dat alles met zijn neus fier prijkend in de lucht, intens snuivend. Zorgvuldig toewerkend naar dit climax, nadert het moment supreme waarop de man die stopte met ruiken daadwerkelijk stopte met ruiken…en de verteller begeleidt zijn inmiddels betjoende publiek in een hevig denderende rollercoaster van intense belevingen, daarbij hevig gebarend als altijd. En als het moment daar is, de man die stopte met ruiken zijn neus achterna het diepe ravijn in tuimelde, toen verloor de verteller zijn evenwicht en viel – terwijl hij vertelde – zijn eigen woorden achterna. De verteller verdween in de eindeloze diepte van de vallei.

De verteller die vertelde over de man die stopte met ruiken, stopte pardoes met vertellen.

En dat is waarom dit verhaal opgeschreven moest worden. Zodat het niet meer verteld hoeft te worden.