Hodja is al jaren de gerespecteerde kalief van een middelgrote stad, ver weg in het oosten. Hij staat bekend om zijn onevenaarbare wijsheid. Maar ook staat hij bekend als een man die alles net iets anders doet dan anderen. Zo ook in het verhaal van hodja en de watersnood.

De laatste dagen, weken en zelfs maanden heeft het volk van kalief hodja een enorm probleem: het heeft zolang niet geregend dat er een verschrikkelijke droogte heerst in de door zon overgoten stad. Er is niet genoeg water om te drinken. Er is geen water om de rijst in te koken. Om het toilet door te spoelen. Of om in te baden.

Zoals altijd gaat het volk ten rade bij Hodja. Het hof bij zijn paleis stroomt vol met wanhopige, dorstige, ongewassen mensen. ‘O wijze Hodja. We zijn radeloos. We hebben alles geprobeerd: we hebben gebeden, regendansen gedaan, brand gemaakt. Maar het gaat maar niet regenen! Je moet iets doen aan de droogte, wijze Hodja!’.

Hodja luisterde aandachtig naar zijn volk, dacht een paar minuten goed na en kwam met een plan: ‘ga allemaal naar huis. Verzamelen al het water dat er nog rest. Neem de restjes uit de waterkarafen, neem de laatste druppels uit de waston, het bad en de regenton. Knijp je kleren uit en vang de druppels op. Verzamel het allemaal en breng het naar mij!’.

Het volk aarzelt geen moment en vertrouwt volledig op de wijsheid van Hodja. Alle restjes water worden verzamelt en naar Hodje gebracht. ‘Nu, stort alles in deze grote waston!’. Het volk doet wat Hodja en hen vraagt en vult de ton. ‘Breng mij nu al mijn kleren en een blok zeep!’, gebiedt hij zijn cipieren. Ook zij vertrouwen op de wijsheid van Hodja en doen wat hij zegt. Hodja neemt zijn kleren en de zeep, gooit het in de volle waston en begint zijn kleren te wassen met het schaarse water. Het volk kijkt hem vol verbazing aan en roepr: ‘maar wat doe je nu Hodja? Dat water hebben we nodig om te drinken, eten te koken en ons zelf te wassen!’. Hodja reageert niet, hangt zijn was op en loopt zwijgend naar binnen. Het volk taait verongelijkt en teleurgesteld af.

De volgende dag staat het volk weer op het hof van Hodja’s paleis: ‘o wijze Hodja. Het heeft nog steeds niet geregend, en nu is al ons water op! Je moet iets doen!’. Hodja hoeft dit keer niet lang na te denken en vraagt het volk opnieuw om water te verzamelen. ‘Maar wijze Hodja, we hebben al het water gisteren al aan je gegeven. En daar heb je je kleren in gewassen. Er is niets meer!’. ‘Een aantal maanden geleden heeft het nog geregend. Dit water moet nog ergens diep, heel diep in de grond zitten. Ga naar huis. Graaf in de tuin zo diep je kunt, schep het water er uit en breng het naar mij!’. Hoewel het vorige plan van Hodja niet het gewenste resultaat opleverde, had het volk nog steeds vertrouwen in de wijsheid van Hodja.

Zij groeven, schepte het water op en brachten het naar Hodja. Hodja had de grote waterton al klaar staan, gooide al het opgegraven water er in, gooide zijn kleren en een blok zeep erbij en begon al zijn kleren te wassen. Wanneer hij klaar was hing hij de kleren te drogen en liep hij zonder een woord te zeggen zijn paleis weer in. Opnieuw was het volk verbaasd en liepen zij met gebogen hoofd terug naar huis.

de volgende dag was er nog steeds geen regen. En nu was het volk het toch zat! ‘Wij verzamelden onze laatste restjes water en groeven het uit de grond en hebben nu niets meer om te drinken, om eten mee te koken en ons zelf te wassen. En die zogenaamde wijze Hodja verspilt al dat water aan zijn vieze kleren!’. Het volk is zo boos dat zij zich verzamelen en met hooivorken en brandende fakkels naar het hof van het paleis paradeert, klaar om Hodja een flinke veeg uit de pan te geven! ‘Kom naar buiten Hodja! Je hebt al ons water verspilt en ons beloofd een einde te maken aan de droogte. Wij geloven niet meer in jou wijsheid!’. Hodje komt rustig naar buiten gelopen en het volk staat klaar om hem aan te vallen, maar…plotseling horen de mensen om hun heen sissende geluiden en de fakkels gaan 1 voor 1 uit. Er valt een druppel uit de lucht. En nog 1, en nog 1! Binnen luttele seconden stort het dat het regent en de mensen beginnnen te dansen en te zingen. ‘Leve Hodja, de wijze!’.

Als de mensen hun wastonnen en regentonnen weer gevuld hebben, vraagt een man aan Hodja: ‘Hoe heb je dit nu gedaan, o wijze Hodja?’

‘Geen idee’, antwoord Hodja: ‘…maar altijd juist als ik mijn was wil ophangen, gaat het regenen.’