Blankie is helemaal spierwit. Zijn huid is wit, zijn lippen zijn wit, zijn neus is wit en zijn kleren zijn wit. En over zijn witte linkeroor draagt hij een witte muts. Zelfs zijn adem is wit. Als hij uitademt komt er mist uit zijn mond en neusgaten.
Blankie woont eenzaam teruggetrokken in een hutje midden in het bos, aan de rand van de stad. Daar had hij zelf voor gekozen, omdat hij om zijn vreemde uiterlijk altijd werd uitgelachen en geplaagd, met name door de koning. Zo nu en dan stuurde de koning een aantal van zijn knechten naar Blankies’s hut om hem te bestrijken met pek en veren.
Op een dag was Blankie het zat: ‘Ik heb er genoeg van om mij hier verscholen te houden, en te wachten op de volgende aanval van de koning en zijn knechten. Er moeten meer mensen zijn zoals ik!’. En zo ging Blankie op stap.

Al snel komt hij iemand tegen. Hij ligt op handen en knieën op de grond, met 1 enorm oor tegen de grond gedrukt.
‘Wie ben jij?’, vraagt Blankie.
‘Ssst! Ik luister naar de vergadering van de koning’. ‘Ze noemen mij Flapoor.’, voegt hij daaraan toe.
‘Ik ben Blankie. Ik ben op zoek naar vrienden. Jij lijkt mij heel aardig. Ga je met mij mee?’.
‘Dat is goed.’, zegt Flapoor. En ze gingen verder.

Niet veel later komen ze een derde eenling tegen. Het is een meisje met een enorme bril en ze heeft een geweer dat zij voor haar oog houdt. Ze telt tot 1…2…3, en…pang!
‘Wat heb je geschoten?’, vraagt Blankie.
‘Aan de andere kant van de zee, daar ligt een land. Op dat land staat een berg. Op die berg staat een appelboom. Aan de appelboom hangt een appel. Van die appel heb ik zojuist het steeltje doorgeschoten!’
‘Wat een schot!’, roept Blankie. ‘Hoe heet je eigenlijk?’
‘Ze noemen mij altijd Brillie’
‘Nou dit is Flapoor, en ik ben Blankie’. ‘Wij zijn op zoek naar vrienden. Wil jij met ons mee?’
‘Maar natuurlijk!’, antwoord Brillie. En zo zijn zij met zijn drieën.

De volgende vreemdeling die zij tegenkomen heeft enorme hangwangen. En al snel blijkt waarom hij dat heeft. Hij zuigt zoveel lucht op dat de bomen om hem heen naar hem toe buigen, en dan…’pfffffffffffff!’, blaast hij alles weer uit.
‘Waarom doe je dat?’, vraagt Blankie.
‘Daar achter die heuvel in de verte, daar staan molens, die ik nu heb laten draaien!’
‘Dat is fantastisch!’, zegt Blankie. ‘Wij zijn op zoek naar vrienden, wil je met ons mee?’.
‘Waarom niet?!’
‘Hoe heet je?’, vraagt Blankie.
‘Ze noemen mij hamsterwang’
‘Nou dit zijn Flapoor en Brillie, en ik ben Blankie’

Zo reist het viertal verder en komen zij al gauw een vijfde vreemdeling tegen. Deze vreemdeling hinkt in het rond op 1 been. Het andere been houdt hij onder zijn arm.
‘Waarom hink jij op 1 been?’, vraagt Blankie.
‘Omdat ik anders te snel ga!’
‘Nou, wij zijn Flapoor, Brillie, Hamsterwang en Blankie. Hoe heet jij?’.
‘Ik? Mij noemen ze altijd Langpoot’.
‘Wil je met ons mee op zoek naar vrienden?’
‘Uiteraard. Geen twijfel over mogelijk.’

Nog voor zij het bos verlaten, komen zij een zesde vreemdeling tegen. Het is maar een heel klein mannetje, maar hij draagt een hele boom op zijn schouder.
‘Wie ben jij’, vraagt Blankie
‘Ze noemen mij Ukkie. Ik ben de kleinste reus ter wereld.’
‘Dit hier zijn mijn vrienden Flapoor, Brillie, Hamsterwang en Langpoot. En ik ben Blankie. Heb je zin om met ons op avontuur te gaan?’
‘Ik zou wel gek zijn als ik nee zou zeggen!’, lacht het mannetje.
En zo ging het zestal op stap.

Niet veel later komen ze aan in de stad. Een soldaat blaast op zijn hoorn en roept: ‘Ieder die harder kan rennen dan de prins krijgt zoveel goud als hij kan dragen!’.
‘Daar is ons avontuur vrienden!, roept Blankie.
‘Ik weet zeker dat ik sneller kan rennen dan de prins!’, zegt Langpoot, terwijl hij zijn been aan zijn heup draait. Langpoot staat aan de start naast de prins, Brillie lost een schot ‘pang!’, en de twee beginnen te rennen. Aan de finish staan Blankie, Flapoor, Hamsterwang en Ukkie te wachten. ‘Hoe doet onze vriend het?’, vraagt Ukkie.
‘Hij ligt ver voor, maar de soldaten van de koning gooien tonnen van de berg op het pad van Langpoot!’. Hamsterwang ademt 1 keer in en zucht zachtjes uit, waardoor de tonnen van de baan van Langpoot naar die van de prins waaien. De prins struikelt over de tonnen en Langpoot wint de wedstrijd.

De 6 vrienden lopen naar de koning om de prijs in ontvangst te nemen: ‘Langpoot heeft bewezen dat hij sneller kan rennen dan de prins, dus hebben wij recht op zoveel goud als wij kunnen dragen’.
‘Inderdaad’, zegt de koning, ‘Het goud ligt in de kelder van het kasteel, ik zal jullie erheen leiden’.
Zo lopen de vrienden de kelder van het kasteel binnen. De kelder heeft muren van staal en een vloer als een koekenpan. De koning gooit de deur dicht en steekt een vuur onder de vloer aan. De muren gloeiden rood, de vloer gloeide rood, de deur en het plafond gloeide rood. Ze zouden levend gebakken worden!
Blankie glimlacht. ‘Maak jullie geen zorgen vrienden’. Hij haalt de witte muts van zijn witte oor, houdt zijn neus dicht en blaast. Uit zijn oor komt zoveel sneeuw dat de hele kamer zo koud als een iglo wordt.

Als de koning de volgende ochtend de deur opent om te kijken of het zestal al gaar is, ziet hij tot zijn verbazing dat zij dicht tegen elkaar aangedrukt zitten om elkaar warm te houden.
‘Uwe hoogheid, u heeft ons zoveel goud beloofd als wij konden dragen. Geen trucjes meer nu. Geef ons waar wij recht op hebben!’.
‘Vooruit dan maar’, antwoord de koning. ‘Wachters! Geef hen een zak en leidt hen naar de schatkamer!’
Daar aangekomen beginnen de 6 vreemde vrienden de zak te vullen met goud, die Ukkie op zijn schouders draagt. ‘Meer!’, roept hij. ‘Nog meer!’. ‘Nog een schepje er bovenop!’, piept een stemmetje onder de enorme zak goud. En daar gingen ze, terug naar het bos, om hun eigen kasteel te bouwen in het bos.

‘Wachters!’, roept de koning, ‘…stuur het leger om die vreemde snuiters te doden en mijn goud terug te brengen!’.
Aan de andere kant van de berg ligt Flapoor al met 1 oor op de grond: ‘Het leger komt om ons te grazen te nemen!’
‘Maak je geen zorgen!’, roepen de anderen in koor.
blankie trekt zijn muts van zijn hoofd, houdt zijn neus dicht en blaast er op, zo hard als hij kan! Een ijzige sneeuwstorm zorgt ervoor dat alle soldaten direct bevriezen.
Vervolgens zuigt Hamsterwang zoveel lucht op als hij kan en blaast alle bevroren soldaten terug het kasteel in.
Brillie pakt zijn geweer, houdt hem tegen zijn bril, kijkt en…’pang!’…schiet de kroon van de koning hoofd af!

Sindsdien is de koning zo bang dat hij zich verstopt in zijn donkerste kelder. En hij zou de 6 vreemde vrienden nooit meer lastig vallen!
De vrienden bouwden in het bos hun eigen kasteel, nodigde iedereen uit die zij kenden en een gigantisch feest, met heerlijk eten en prachtige muziek.

En ik kan het weten…ik was daarbij!