V. THE HELPER

De wijze:
​In zijn – door zijn ziekte rood doorlopen – ogen zag ik een woekerende woede door de apathie heen branden. Als geen ander weet ik wat dat betekent. Veelvuldig ben ik benijd en zelfs verafschuwd voor mijn verstrijkende kennis en wijsheid. Ik denk dat een mens zijn eigen gids en engel wil zijn. Maar waarom zou ik de gave hebben gekregen deze te ondermijnen als ieder zelf de wijsheid in pacht heeft? Met gepaste arrogantie durf ik te zeggen dat 11 op een dozijn stervelingen niet de wijsheid bezit om zijn huidige leven te aanschouwen, te leiden en weloverwogen het pad van zijn volgend leven te kiezen. En het aantal is stijgende. Een succesvolle reincarnatiecyclus behoeft steeds naarstiger een regisseur. Ik geloof die regisseur altijd geweest te zijn, en dat zal ik altijd blijven, zolang ik besta. Temeer wanneer mijn dood de corrigerende nekslag is die een der stervelingen het licht doet zien. Vol overtuiging en vertrouwen aanschouw ik sneuvelbereid de verdwaalde ziel die terstond het pad naar reinheid zal bewandelen, na allereerst de mijne uit te tekenen. Ik kijk er naar uit en wil hem bedanken…maar hij heeft mij de kans nooit gegeven.

Matheus:
Toegegeven, ik was niet dol op haar. Maar ze had het wat mij betreft niet hoeven bekopen met de dood. Alleen God weet waar ze nu is. Ik weet alleen dat ze niet meer hier is. De boom is er nog wel natuurlijk, maar zij is weg.
Niet lang geleden stond ik hier ook, even lang als nu, even stilzwijgend als nu, even geïntrigeerd als nu, en even verward als nu. Toch leek het allemaal zo te horen.

Als ik zie je, vraag ik mijzelf af: Heb ik mijn leven nog wel in de hand?
Elke stap brengt mij verder weg van de essentie, terwijl elke gedachte mij dichter bij zou moeten brengen.
Daar sta je dan, je maakt mijn leven mogelijk.
Als ik in je ogen kijk, geeft mij dat voeten aan de grond.

Zonder boom, geen zuurstof…zonder zuurstof geen leven. De magie, de gelaagdheid, de essentie…Zo een boom sterft niet, maar ontbindt slechts zijn fysieke gestalte, om vervolgens te composteren en als voeding voor de volgende generatie te fungeren.
De boom verdwijnt niet, slechts zijn lichaam doet dat.

Niets of niemand laat ooit het leven. Niet de flora, niet de fauna, niet de goden en niet mijn vader.

Het maakte niet uit of ze er sprakeloos en roerloos zat, of dat ze er helemaal niet was. Het ging niet om haar, zie ik nu. Het ging al die tijd al om de boom.
Hoe heb ik zo blind kunnen zijn? Hoe ik heb ik mij al die tijd voor de gek kunnen houden? Hoe heb ik mij in vredesnaam kunnen afsluiten voor iets zo opzichtelijk?
Mijn emoties, mijn doelen, mijn ambities, mijn keuzes, mijn genoegdoeningen…ze waren nooit zonder betekenis. Ze waren voor hem…of van hem.