II. GIGNOMAI

 

a. Themis

Vader, waarom staat er elke ochtend een beker chocomel in de magnetron? Waarom ligt er elke ochtend een wit casino brood op een afgestreken bord, vergezeld van een botermes? Waarom staan de zacht verworden roomboter, de broodrooster en de hagelslag er steevast pontificaal naast? Waarom is het filter reeds gevuld met zeven afgeroomde scheppen voorgemalen Douwe Egberts koffie, met een secuur afgemeten hoeveelheid water in de tank? Waarom zijn je colbert en nette schoenen dermate achter de eettafel gepositioneerd, dat het lijkt alsof  je er al in zit? Waarom kom ik je elke dag exact om 7:04 in de badkamer tegen, als je staat te douchen? Waarom kom ik je altijd exact 7 minuten later tegen in de keuken, als je op dat juiste moment twee sneden brood in de broodrooster duwt? Waarom zwaai je mij immer routinegetrouw af om 7:39, als ik net de laatste hap van mijn bruine boterham met hagelslag neem? – Zoon, dat zul je ooit begrijpen…

Mama, waarom duik je weg achter de koelkast als papa boos wordt? Waarom straf jij mij niet als papa dat doet? Waarom vertroetel je mij als ik stout ben? Waar ben je als ik iets niet mag? – Lieverd, maak je geen zorgen…

Mama, waar is papa? Wat zegt papa? Wat doet papa? Wie is papa? – Lieverd, papa is ziek…

 

Lieverd, hoe denkt je hemel van hel te scheiden? Hoe onderscheid je de blauwe lucht van zwartgallige weemoe? Hoe weet je het verschil tussen lentegroene velden en donkerblauwe oceaandieptes? Wat is een echte lach, wat is een traan? Hoe weet je dat jouw bomen geen brandhout zijn? Hoe weet je dat jouw helden geen spoken zijn? Wat is je koude kalmte waard tegenover verandering? Papa…hoe graag wil ik dat je hier nu was?

 

Ik hoop dat ik droom, maar ik droom dat ik slaap. Ik weet dat jij mij kent, maar je bent niet wie jij bent. Ik voel je hartslag, maar je bent al jaren dood.

 

b. Chaos

Pas op, wees voorzichtig met die kei! Als ik jou was zou ik dat niet doen. Als ik jou was zou ik mezelf niet zo willen zien. Als je mij was, zou je jezelf wassen in troebel water. Als je mij was zou je niet willen zien dat ik het ben. Als je durfde, wierp je die kei afwijzend door de vlakke weerspiegeling van mijn ziel, de diepte in, tegen de bodem.

Ga zitten jongen, neem een sigaar…je hebt liever dat je die steen bewaart. Het is net zo een steen als die je moeder jouw gaf, toen ze jou met die knapzak de wijde wereld liet verkennen: als die steen maar terugkwam. Die steen heb je nog, hij hangt om mijn nek. Koester hem met de stenen die je op school verzamelde, in het lokaal, op het schoolplein, in de directeurskamer. En vergeet stenen waar je gezicht op stuk sloeg niet. Verzamel ze en bouw op de steen van je vader, op zijn grafschrift.

Laat Chloris je leiden, koester Themis, koester Hybris, koester Zelus, breng hen in veiligheid keizer. Dus bouw…

Jij kunt dit Themis, gebruik Hybris en Zelus, ban die robuuste Chaos. Chloris geeft je het cement, je hoeft ze alleen maar te laten stapelen. Nog een steen en nog een. Hybris bouwt hoger dan Chaos kan rijken. Zelis zorgt dat het een spiegelglad geheel wordt. Doe het. Completeer de muur!

Hallo, is er iemand daarbinnen? Klop als je mij hoort. He jij…daarbinnen in je eentje, wachtend op een telefoontje, kun je mij horen? He jij…met je rug tegen de muur, wil je mij helpen? He jij…wil je mij helpen die zware stenen te dragen? Hallo? Is Philotes daar?

 

Het maakt mij niet uit of het pijn doet, ik heb nu controle. Een perfect lijf en een perfecte ziel, toch? Iedereen merkt wel dat ik er niet ben. Ze missen mij, want ze houden van mij. Ze hebben mij nodig.  Ik ben bijzonder. Toch? Ik wil zo graag bijzonder zijn. Maar ik ben gek. Raven kijken neerbuigend en bedreigend op mij neer vanaf de rand van de muur. Ik ben een worm…klein, naakt, slijmerig, lelijk en te traag. Waar is mijn speelgoed? Hoe ben ik hier terecht gekomen? Er moet een deur zijn waar ik binnen ben gekomen, toch?

 

c. Apate

Zenit, bogend over de wand: schenk mij het beloofde land

‘Verborgene, wees behoedzaam in wat je begeert’

Het ziet er mooi uit vanaf hier!

‘Maar, jij slaat het gade van buitenaf’

Ik verwacht de sleutel, ik word oud

‘Koude wind kent geen kleur’

Goud kent geen geur

‘Afijn…Het is de jouwe’

Dan grijp ik het met beide handen aan

‘Bevrijde, wees behoedzaam in wat je beheert’

Het voelt goed hier!

‘Maar, de raaf zal naderen’

Eros zal mij redden

‘Maar, Philotes zal Nemesis kussen’

Weldan…Eros, waar ben je?

‘Zij is binnen de muren’

Ze ziet er mooi uit vanaf hier!

‘Jij ziet er mooi uit vanaf daar’

Apate…?

 

d. Hygieia

Philotes plaatste de lauwerkrans in controverse op het hoofd. Onverhoeds en onbillijk zichzelf tot onoverwinnelijke gekroond. Het ironische wil dat geen van de deelgenoten, noch toehoorders hem ooit een warm hart toe droeg. Dikwijls verstoorde hij – dreinend en larmoyant – het harmonische complex van relaties tussen de prominenten van de samenleving. Legio archetypen konden zijn reputatie treffend schetsen, maar die van het ondergeschoven kind lijkt het meest accuraat. Louter omwille van hoffelijke motieven, viel hem vanuit de gemeenschap sporadisch bekommernis ten dele. Dit was het, dat hem over de stadsmuren deed flirten met Nemesis…de ‘vergelding’ wiens kenbare existentie immer was onderdrukt door de voorheen nimmer nalatige Hypnos. Nemesis was de zelf-schrakende heremiet, argwanend en rancuneus van aard. Net als voor Philotes, was voor hem geen invloedrijke rol in de gemeenschap weggelegd. Doorgaans bezien als bedreigend, werd derhalve buiten de stadsmuren gehouden. Hij was op basis van unanimiteit veroordeeld tot een slechts ingebeelde deelname aan de inmiddels door hem benijde samenleving. Het was zijn Hypnos’ toebedeelde roeping hem in die staat te houden. Onderwijl groeide Nemesis’ destructieve drift gestaag. Nimmer had hij een legitieme reden voor zijn verbanning gekregen…onberispt was zijn waarlijke existentie ontzegt, vlakuit was hij nietig verklaard, en bovenal was zijn aanvankelijk affectieve aard miskent. Dagen, jaren, decennia heeft hij zich schikkelijk verscholen achter de onoverkomelijke hordes naar de tempel van betekenis.  De langer de geestelijk leiders, tevens controleurs, van de gemeenschap hem de toegang ontzegden, des te dieper zijn rancune zich wortelde in zijn toch al verdorven ziel.

 

e. Eros

Wanneer Eros – de drijvende kracht, of liever het libido, achter al het gratificerende – om tot op heden nog onverklaarbare redenen de gemeente ontvlucht, springt Hypnos in de bres, de stadsportaal achterlatend, waarmee de doorgang voor Nemesis wordt gevrijwaard. Eros had Hypnos sinds de oorsprong van het imperium nimmer in de steek gelaten, daar zij in een eeuwige illusionaire symbiose leefden. Het hek was letterlijk van de dam, het systeem ontregeld: Het monster ontloken. Nemesis wrong zich behendig door de dusdanig ontstane opening tot revelatie, al zijn rancune met hem meedragend. Verwonderd van zijn zelf voldongen vrijlating, waande hij zich maanden lang volledig gedesoriënteerd binnen de stadsmuren, weliswaar in de luwte.

Hypnos heeft Eros nooit uit zijn gedachte kunnen zetten, wat hem deed verwikkelen in een eindeloze speurtocht naar een onbereikbare liefde. In een oneindige lus verkerend, pendelt hij herhaaldelijk tussen de buitenzijde van de stadsmuur en de horizon, desolaat en onbestemd.

 

f. Metis II

Deze status quo, met twee verwilderde zielen, in de rondte wanend, een binnen en een buiten de muur, handhaafde zich voor jaren, maar het was een kwestie van tijd dat het relatieve equilibrium binnen de muren zich met een apocalyptische dreun zou opheffen. Philotes verwekte in de lente van zijn bestaan Chaos, wiens reputatie enerzijds tegengesteld was, en anderzijds gelijkend bedreigend. Chaos was een fatale bedreiging voor het systeem, vooral ten gevolge van de anarchistische overtuigingen die hij erop na hield. In tegenstelling tot zijn pater, was hij echter extravert en agressief in zijn gedrag. Themis – de bewaker van orde en regelmaat – was tot dan toe altijd de meest invloedrijke figuur geweest, en werd met de geboorte van Chaos danig op de proef gesteld. Een jarenlange openlijke strijd tussen twee polen was ontsprongen, met Philotes aanvankelijk toezichtelijk worteltrekkend en overtuigd van zijn zoons destructieve krachten. Echter, Themis was niet gemakkelijk  van zijn stuk te brengen, gesterkt door zijn levenslange ervaring. Als de krachten van de twee strijders uiteindelijk evenwaardig blijken en de twee strijders in een sedatieve patstelling verwikkeld raken, laat Philotes eens te meer zijn ware aard zien. Het was zijn voortschrijdend inzicht dat de zwakke plek van Themis, op wiens schouders in Philotes’ ogen de inmiddels gematigde stabiliteit van de complete samenleving beruste, met gierenogen beschouwde. De verdunde schakel juist boven Themis’ standvoet was altijd vakkundig verscholen gehouden achter een facade van decoratieve enkelbanden en lange gewaden. Ten doeleinde het lot zijn bekoorde richting in te sturen, snijdt Philotes met een soepele zwaai met een snoeimes de Achilles van Themis af. Kermend stort de behoeder van al het goede zich ter aarde, onder het ziedend oog van de gehele samenleving. Geen inwoner van de gemeenschap kan zich ontdoen van het onbehaaglijke gevoel dat hen terstond bekruipt, geheel contrasterend met de triomfuitingen van het kwaadzuchtige duo.

 

g. Erebuieten

Strak achter Themis stonden Zelus en Hybris, zijn beider handen. Zonder Zelus’ werklust  en Hybris’ moed, was Themis nagenoeg impotent. Zelus en Hybris waren Themis’ van naturen ontembare motivatoren. Zij hadden als rotsvast trio de samenleving de genochten gebracht, die elke burger heden ten dagen bekoorde. Omgekeerd waren beiden knechten geen cent waard zonder de vertrouwde krachten van Themis, en ten langen leste vielen zij ten prooi aan de krachten van Philotes. De enig resterende tegenstand die vader en zoon dienden te overwinnen, was het collectief van de bourgeois, onder leiding van de nieuwbakken revolutionair Kratos. Bij gebrek aan noodzaak, had Kratos zich een leven van relatieve terughoudendheid kunnen veroorloven. Waar Hypnos de beschermer van externe bedreigingen was, en het trio Themis, Zelus en Hybris de balans en structuur binnen de muren waarborgde, kon Kratos gezien worden als de Ausputzer van de samenleving. Dapper en volhard hielden Kratos en zijn volgelingen lang stand tegen het kwaad, echter blijkt het een gevecht jegens de bierkaai. Hoewel Chaos zich inmiddels in een stabiele staat van zelfbezinning had laten zakken, bleken de mysterieuze krachten van Philotes ruimschoots opgewassen tegen de brute maar simpele krachten van Kratos. De onnavolgbare strategieën van Philotes ontarmen Kratos, die zienderogen verzwakt, waarop het legioen zijn collectieve kracht exponentieel ziet afnemen in rad tempo. Maar zij waren niet reeds verslagen. Als zij iets geleerd hadden van de prominenten der samenleving, was het immer volhardend kracht te poneren op elke vorm van bedreiging. Alle materie die zij gezamenlijk als culturele eenheid hadden vervaardigd werden tot ondersteunende beschermers van het kwaad gepromoveerd. Elk ademend lid van de bloedende gemeenschap greep een bijna willekeurig object, van steen tot tandenstoker, en verwierf het tot statenwapen. De ijver en moed die door hun aderen gierde, moest de orde herstellen en de stad opnieuw controleren. De gepolariseerde partijen, de revelerende bourgoise enerzijds, Philotes anderzijds, raken verwikkeld in een complex geheel van talloze bidirectionele collisies…resulterend in een apocalyptisch schouwspel.

 

h. Metis

Het kaartenhuis dat de leden van de gemeenschap schrander in harmonieuze samenwerking hadden opgebouwd, dreigde onhoudbaar ineen te vallen. Al de toewijding, het bloed, het zweet, de tranen van Themis, Zelus en Hybris, de consistente controle van Hypnos, de moed van Kratos en al zijn volgelingen…het alles leek ontdaan in luttele seconden. Als het stof gaat liggen, herrijst Apate – ogenschijnlijk de laatste der Mohikanen – boven de schare levenloze karkassen van koene knechten. Wie had dat gedacht?…Apate als redder van de Keizer, als alle hoop reeds verdwenen is. Hij klopt zijn nakende corpus af en betracht de opgang richting Philotes, dragende een afgrijzenwekkende grimas.

Apate neemt zijn mombakkes af, en onthult zijn ware gedaante…Het is Metis, de wijze.

Zodra de verstrengeling zich voltrekt, valt de Keizer’s laatste relikwie: de mythe.

Alle hoop is gevestigd op Hypnos, opdat hij ooit weder Eros in de armen moge sluiten…