Demeter en Persephone

Waarom voelen we vlinders in onze buik – en toch ook ongecontroleerde terughoudendheid – als we de eerste groene knopjes van het jaar aan de bomen zien hangen, en we wakker worden van het gekwetter van vogeltjes, met de zon die tussen de kieren van onze gordijnen prijkt?

Waarom voelen wij ons verheven, opgetild en verlicht – en toch onderdrukt of gestuurd – als wij de zin van ons bestaan hebben gevonden in een religie, onze naasten, nakomelingen of het luchtledige?
Waarom voelen wij ons bevrijd – en toch beangstigd – als wij ons onder de behoedzame vleugels van onze moeder vandaan kruipen?

Allerminst schaars is de schrijver, poëet of kunstenaar die toegewijd tracht antwoorden te geven op deze vragen. Voor mij geeft de collectief oraal overgeleverde Griekse mythologie het eerste en onomstotelijke, weliswaar omslachtige antwoord:

Demeter is de Godin van de landbouw. Zij laat de schijn schijnen wanneer de aarde dat vraagt, op precies de plek waar het nodig is, zodat de koren metershoge gele zeeën van vruchtbaarheid kunnen voirmen. Zij laat de regen vallen wanneer de aarde dat vraagt, precies op de plek waar het nodig is, zodat de vruchten zwaar aan de fruitbomen hangen. En zij laat de wind waaien wanneer de aarde dat vraagt, precies op de plek waar het nodig is, zodat de zaden zich kunnen verdelen over de hele aarde.
Demeter heeft een dochter die gaat bij de naar Persephone. Demeter waakt over haar dochter als een moederkloek over haar kroost. Niet geheel ondenkbaar is dit de reden dat Persephone avontuurlijk van aard is, en waar mogelijk de grens van vrijheid en avontuur opzoekt.

Iedere dag dat Demeter aan het werk is op de aarde, en zij de zon laat schijnen waar en wanneer dat nodig is, de regen laat vallen waar en wanneer dat nodig is, en de wind laat waaien waar en wanneer dat nodig is, heeft zij Persephone dicht bij zich onder haar toeziend oog. Omdat bloemen plukken Persephone’s meest geliefde bezigheid is, doet zij dit met kinderlijke speelsheid en ontembare devotie.

Op een dag is Demeter noestig aan het werk op de aardeis en is Persephone met onbegrensde toewijding bloemen aan het plukken. Ze vindt de ene na de andere bloem van oogstrelende schoonheid. Ze heeft haar hele linker hand al vol met bloemen, en zou eigenlijk terug moeten keren naar huis, maar dan plots…ziet zij de mooiste bloem die zij ooit zag. Een bloem met goudgele kern en maagdelijke witte blaadjes eromheen gerangschikt. In vol enthousiasme stoomt zij op de bloem af en grijpt hem stevig vast met haar rechterhand, om hem vervolgens te bevrijden van de chtonische aard. Ze tilt de bloem de lucht in, houdt hem tegen het zonlicht en bewondert zijn adembenemende schoonheid als zij plots op de achtergrond een nog mooiere bloem ziet. Het is een roze bloem – haar lievelingskleur, met blauwe, gele en paarse accenten. Ze heeft nog nooit iets van dergelijke oogstrelende schoonheid gezien. Ze rent in al haar enthousiasme naar de bloem toe, grijpt hem, trekt hem uit de grond, houdt hem tegen het zonlicht en…op de achtergrond ziet ze een nog mooiere bloem! Exact zo als de bloem die zij nu in haar rechterhand heeft, maar dan groter en met 2 roze kernen, omringd met blauwe, gele en paarse accenten. Ze laat al haar eerder geplukte bloemen vallen en snelt onbevangen naar de bloem die nog mooier is dan de mooiste bloem die zij ooit zag. Met een speelse duik schuift ze met beide armen vooruitgestrekt naar de bloem en grijpt hem met beide handen vast. Ze trekt de bloem uit de grond en…plots voelt zij een sidderende trilling vanuit de aarde door haar lichaam trekken, en een donker ronkend geluid drukt haar euforie. Verschrikt springt zij op en gaat verstijfd op haar knieën zitten. Op dat moment breekt de aarde ter hoogte van haar knieën open en rijt een uitdijende kloof tussen haar knieën en de plek waar de mooiste bloem die zij ooit zag stond. Een dampende rook en ijzige kilte stijgt op uit de kloof. Uit de rook springt met een ijzingwekkende donder een zwart rijtuig, getrokken door 4 zwarte paarden, met op het rijtuig een angstaanjagende man, gehuld in een donkere mantel en een zwarte kroon op zijn hoofd.
Hades, de koning van de onderwereld, boezemde Persephone meer angst en nederigheid in dan haar moeder had kunnen voorspellen in al haar belettenissen. Hades had in de onderwereld een rijk dat groter was dan de aarde, met reusachtige bergen omsloten door de rivier Styx. Hij had een rijk dat rijker was dan de aarde met sieraden, juwelen en schoonheden die de duistere kerkers verlichtten. Hij had een rijk dat genotzaliger was dan de aarde, met meer vruchten dan een ieder durfde te wensen. Maar een ding had Hades niet in zijn rijk…een koningin. Door het kraakheldere water van het meer dat langs het paleis van Demeter en haar dochter lag, zag hij haar al vele malen. En hij was dermate onder de indruk van haar ongeëvenaarde schoonheid dat hij vanaf de eerste dag wist dat Persephone zijn koningin moest worden. Vandaag was de dag, de dag dat hij zijn koningin mee zou nemen naar zijn rijk. Haar aarzelde geen moment en greep Persephone bij beide handen en trok haar zonder pardon hardhandig mee de onderwereld in. Nog net voordat de dampende kloof zich met luid geronk weer sloot, slaakte Persephone een noodlottige kreet.

Dat was alles wat haar moeder Demeter hoorde.
Demeter staakte onmiddellijk haar werk, sprong op en struinde land en bos af, de naam van haar dochter scanderend. Haar dochter, haar prachtige dochter, haar enige dochter, haar oogappeltje, zij was verdwenen! 7 dagen en 6 nachten struinde Demeter met enkel een fakkel in de hand door de donkere bossen die de aarde rijk was, op zoek naar haar verloren dochter.
In haar wanhoop vroeg zij Helios, de Zonnegod – die alles ziet wat er zich in het daglicht afspeelt – om raad. ‘Mijn dochter, mijn prachtige dochter, mijn enige dochter, mijn oogappel, waar is zij?’. Helios – die alles in het daglicht ziet – had het gezien: ‘Zij is door Hades meegenomen. Meegenomen de onderwereld in.’

Deze boodschap brak Demeters hart, waarna zij zich in diep verdriet en hopeloosheid stortte. Demeter at niet meer, zij dronk niet meer en zij sliep niet meer. Louter schuifelde zij vreugdeloos met de ziel onder haar arm over de aarde. En overal waar zij liep verdween de zon achter de wolken, veranderde zonnestralen in sneeuw, bevroren de wateren en vielen de bladeren van de bomen, totdat de natuur haar kleur compleet verloor. De zon scheen niet meer waar en wanneer dat nosig was, de regen viel niet meer waar en wanneer dat nodig was, en de wind waaide niet meer waar en wanneer dat nodig was. Er groeiden geen koren meer, er hingen geen vruchten meer aan de bomen en de zaden verrotten onder de grond. Het duurde niet lang of de mensen hadden geen voedsel meer, er ontstond een wereldwijde hongersnood. Maar wellicht nog erger…de mensen hadden geen offers meer om de Goden te schenken.

Zeus – als oppergod heerser over Goden en de stervelingen, en dirigent van de natuur – had niet meer offers die hem de nutritie konden bieden die hij zo nodig had om de aarde werkende te houden. Het maakte hem razend, waarop hij Hertmes – de boodschapper, de heerser van de wachtkamer – bij zich riep: ‘Bevrijd onmiddellijk Persephone uit de kwaadwillende handen van mijn broer Hades, en breng haar terug naar haar moeder, opdat zij haar moeder wederom gelukkig zal maken, en haar werk zal hervatten!’.
Hermes deed zoals hem opgedragen werd en daalde af naar de onderwereld om Hades te gebieden Persephone terug te geven aan haar moeder. Aldaar trof hij Hades en Persephone, die onafgebroken ongelukkig was geweest en uit wantrouwen alle rijkdommen die Hades haar aanbood had gewijgerd, op een na.

‘Uw wens is gehoord en erkend, mijn beste Hermes, maar er is 1 probleem…’, schatert Hades met een angstaanjagende grimas. ‘Persephone heeft zojuist de pitten van haar meest geliefde fruit – de granaatappel – niet kunnen weerstaan. Ze heeft er zes tot zich genomen. Ze heeft gegeten van het voedsel van de onderwereld, en is daarmee veroordeeld tot eeuwig verblijf in mijn rijk’. Omdat Hermes echter op gebod van de oppergod Zeus hemzelf gezonden was, kon hij met de koning van de onderwereld tot een compromis komen: Persephone mocht mee met Hermes naar de aarde, en herenigd worden met haar moeder, met als voorwaarde dat Persephone in het vervolg van elk jaar 6 maanden in de onderwereld zou leven als zijn koningin.

En zo komt het dat inde lente Demeter – de Godin van de landbouw vlinders in haar buik voelt – en toch ook ongecontroleerde terughoudendheid – wanneer zij de eerste groene knopjes van het jaar aan de bomen hangt, en wij wakker worden van het gekwetter van vogeltjes, met de zon die tussen de kieren van onze gordijnen prijkt.

En zo komt het dat in de lente Demeter – de Godin van de landbouw – zich verheven, opgetild en verlicht – en toch onderdrukt of gestuurd – voelt als zij de zin van haar bestaan heeft gevonden.

En zo komt het dat in de lente de avontuurlijke Persephone zich bevrijd – en toch beangstigd – voelt als zij onder de behoedzame vleugels van haar moeder – de Godin van de landbouw – vandaan kruipt.