Chicken in the nest

Stalin is altijd al een handenbindertje geweest. En als ik zeg Stalin, bedoel ik niet de reeds wijlen Russische dictator (was overigens ook een handenbindertje voor bepaalde mensen), maar ik bedoel 1 van mijn 4 kippen. Om de haverklap fladdert zij over het hek, ondanks verhogingen van het hek, obstructie van vluchtwegen, kortwieken en andere beperkende maatregelen van dien aard. En om het minste of geringste zoekt Stalin de concurrentie met Kip-Jong-Il op. Stalin laat bovendien geen mogelijkheid onverlet om in mijn hand, op mijn hoofd of in mijn broekspijp te pikken. Constant graaft zij kuilen langs het hek op zoek naar uitbrekingen, en haar onverwerkte frustraties viert zij bot op Geert (niet de echte Geert Wilders, maar mijn zwarte witkuifhaan). Op die wijzen vraagt Stalin op velerlei manier om negatieve aandacht, waar zij op lijkt te kicken. Al dit gedrag staakte zij toen Kip-Jong-Il (eveneens de kip, niet de voormalig Noord-Koreaanse dictator) broeds werd en een beroep deed op Stalins coƶperatieve kant. Zo nu en dan nam Stalin zelfs Kip-Jong-Ils broedfunctie over, zodat Kip-Jong-Il even wat kon gaan drinken en eten. Stalins negatieve gedrag begon weer toen ik het nachthok afsloot voor Stalin en de andere kippen, om Kip-Jong-Il de ruimte te geven om haar kinderen in een rustige en veilige omgeving op te voeden. Stalin was zodoende haar broed- en slaapplek kwijt. Begrijpelijk heel vervelend. Stalin vervalt in oud gedrag: vliegen, vluchten en pikken. Ik besluit om Stalin enigszins tegemoet te komen door een tweede vertrek te construeren, met een stok en veel hooi. Dezelfde dag nog bouwt zij er een nest van, legt een ei en gaat bij zonsondergang vredig op stok.

Kort daarna meldt Richard zich aan voor onze RIBW-locatie aan de Mariastraat in Bussum. Hij komt bij ons tijdelijk begeleid wonen in afwachting van een klinische opname. Zijn ouders hadden de handdoek in de ring gegooid, nadat zij uit uiterste wanhoop de jongen aan het eten te krijgen, een bord eten op de huiskamervloer hadden gezet, naast de in foetushouding verkerende Richard. Richard is in potentie een creatieve, spontane, charismatische jonge vent met humor, maar wat er nu van over is, is vooral een fletse, aanstellerige depressieveling. Hij spreekt weinig, zacht en inhoudelijk negatief. Het algehele aangezicht is die van een ziek vogeltje. Zijn grootste probleem is dat hij zich bij ons helemaal niet thuis voelt, hij heeft last van extreme heimwee. Als reactie hierop haalt hij de raarste streken uit om aan negatieve aandacht te komen. Ik vraag hem mee te eten met de groep, hij gaat erbij zitten zonder te eten. Dan vraag ik hem alleen aanwezig te zijn bij het eten, dan komt hij niet opdagen. Vraag ik hem om dan in ieder geval ‘s nachts hier te slapen, gaat hij nachtelijke wandelingen door het bos maken. 1 van de latere streken die hij uithaalde, is in de dakgoot gaan zitten en zijn laatste protestactie was openlijk softdruggebruik.

Nu is het tijd om in te grijpen, dacht ik. Zijn ouders leveren Richard bedwelmd bij mij op kantoor af. Richard verwacht een urenlange preek over wat hij niet goed doet en vooral niet moet doen. Ik besluit het echter anders aan te pakken… ‘Richard…heb ik je wel eens verteld over mijn kippen?’ Er verschijnt een glimlach: ‘uhm…nee.’

Ik vertel hem over Stalin en diens ontwikkeling voorafgaand aan, tijdens en na de broedsheid van Kip-Jong-Il. Hij snapte de boodschap: ‘Ik heb een nest nodig om mijn ei kwijt te kunnen’, want hij wil liever een Kip-Jong-Il zijn dan een Stalin. Ook Richard wil gewoon zijn ei kwijt. Dus wat wij besloten te gaan doen: de RIBW biedt het nachthok, ik lever de hooi en Richard bouwt het nest. Dan komen de eieren. Ik besluit met: ‘Vanavond gaan we beginnen met het nest bouwen!’ ‘Is goed!’, zegt hij enthousiast.

Geruime tijd zit ik in de avond op hem te wachten op kantoor. Woningnetpagina is al geopend, aanvraagformulier voor rijlessen ligt op tafel met een pen ernaast en ik heb een studiefolder op tafel klaar liggen. De uren gaan voorbij en ik besluit hem te bellen.

‘Richard, waar ben je?’

‘In het bos’, antwoord hij.

‘In het bos? We zouden jouw nest gaan bouwen!’

Het is heel even stil….’Ohhhhhhh, dat is wat je bedoelde!’

Richard was in het bos een hut aan het bouwen.