hij moet daar doorheen

Ik trof hen aan in een hok van 2 m3, met een aanbouw die half zo groot is als dat. Oma Teun (5 jaar oud) en de twee witte kippen (beiden 1 lente jong) leken desalniettemin tevreden burgers. Het wat panische zwarte kuiken genoot in hun benijdende ogen vooral de gelukzalige ‘vrijheid’ van de buitenwereld, dat wil zeggen de achtertuin. Het vijfde karakter die in deze sage een prominente rol speelt is mijn buurman. Mijn buurman heeft een wat onconventionele manier van contact leggen: ‘He klootzak!’, betekent ‘goedemiddag buurman’ en een opgestoken middelvinger is het equivalent van begroetend zwaaien.

Het viertal kon nog niet samen, zo werd mij verteld door de oorspronkelijke eigenares van de kippen. Het kuikentje werd namelijk al sinds zijn adoptie letterlijk kaal geplukt door ‘de witten’. Dat was duidelijk te zien aan zijn gehavende verenpruik. Zodoende werd hij, uit zelfbescherming, in een afzonderlijke doos getransporteerd naar zijn nieuwe bestemming, mijn achtertuin. De eerste dagen bleef ik het kuiken dezelfde beschermde behandeling geven als die hij bij zijn oorspronkelijke eigenares had gekregen, totdat ik het weloverwogen besluit nam om hem tot geleidelijke blootstelling te dwingen. Aanleiding tot dit besluit was het ongevraagd advies dat mijn buurman mij, zoals wel vaker, over de schutting toe schreeuwde. Zijn boodschap was dat dit pijnlijke proces door elke kip doorlopen moet worden, ten behoeve van een gezonde psychosociale ontwikkeling binnen de gewenste veilige sociale status quo: ‘Hij moet daar gewoon door heen’. Inmiddels heb ik geleerd om niet betrekkelijk in te gaan op mijn buurmans ietwat onconventionele manier van contact leggen, waardoor ik mijzelf de gelegenheid behoud om inhoudelijk met het advies aan de slag te gaan.

Ineens zie ik het voor me: Een oudere vrouw en twee adolescenten wonen in een veel te kleine containerwoning, met een omheinde voortuin ten grote van een 2-persoonsmatras. Daaromheen rent een druk kind rond. De oudere vrouw heeft genoeg levenservaring om zo het hare te vinden van de hele situatie, en daar ook wel over te mopperen, maar desalniettemin met een soort van wijselijke onverschilligheid het drukke kind oogluikend accepteren als een waardig deelgenoot van de gemeenschap. De adolescenten daarentegen vreten zichzelf op van jaloezie, welke zich stapelt op de reeds aanwezige slecht gekanaliseerde frustraties ten aanzien van het leven in een te kleine woonruimte. Zodra de kans zich voordoet, worden deze frustraties botgevierd op het voorgetrokken rotjong. Volgens hen is het belangrijk dat de nieuweling begrijpt dat hij er het laatst is bij gekomen, kleiner is, voorgetrokken is, een vreemd uiterlijk heeft en storend druk is, dus zal hij zich onderaan de pikorde dienen te voegen. Alsof dat nog niet pittig genoeg is, heeft dit ongelukkige kind tevens nooit zijn biologische moeder gekend. Waarschijnlijk is het een bastaardkind uit een ivf-bevruchting. Kortom, het kind is geen voorspoedige eerste levensfase beschonken. Misschien was dit voor de arme spruit allemaal te behappen geweest, als hij thuis was geboren, uit zijn biologische moeder, en wanneer hij niet die speciale, verzorgende, beschermende, en vooral desintegrerende behandeling had gekregen. Hij is als het ware uit de race gehaald en heeft nu een lange afstand in te halen, met als gevolg dat de gemeenschap hem achterlaat, of zelfs uitstoot. Als je het niet bij kunt benen, dan val je af. Ik bedenk mij dat helaas vaak blijkt dat dit de behandeling is die je als kind met een al ongelukkige start kunt verwachten in een naar mijn idee angstige en bureaucratische verzorgingsstaat.

Ik probeer het ongevraagd advies van mijn buurman in perspectief te plaatsen. Ik weet niet of hij gelijk heeft. Mijn buurman is een arbeidsongeschikte therapeut, die als gevolg van een roerig leven van verschillende agressieve, verwaarlozende of stervende ouders buiten de maatschappij is gevallen. Als therapeut kent hij de mens. En als kind dat ongelukkig van start is gegaan, kent hij het klappen van de zweep. Maar nog steeds heeft hij een aanzienlijke afstand tot de maatschappij.

Hij moet daar gewoon door heen.