chicken fear

Een belangrijke functie die mijn kippen voor mij hebben is dat elk van hen een archetype in mij representeert. Zodoende is de Cucaburra het geheel van mijn Zelf. Omdat mijn identiteit volgens dit principe inmiddels is gefragmenteerd tot 8 archetypische kippen, beperk ik mij tot het introduceren van slechts de hoofdrolspelers van dit verhaal.
Bij aanvang van het verhaal zijn er 3 kippen (vrouwen), namelijk Teuntje (de bronze, oude, wijze aanvoerder van de pikorde), Stalin (de ongehoorzame extraverte)en Kip-Jong-Il (de zorgzame moeder), in volgorde van de pikorde.
Geert is de vierde hoofdrolspeler.
Hij is mijn Held, mijn Geest (animus) en afgod ineen. Daardoor weerspiegelt hij in toenemende mate mijn daden, instincten en diepste verlangens. Meer dan eens drukt hij mij met de neus op de feiten.

Geert had eigenlijk maar 1 serieuze relatie gehad in zijn jonge jaren. Hij had gekozen voor Stalin, omdat Kip-Jong-Il zich aan het voorbereiden was op een gezin. Zo serieus had geert het ook weer niet gewild, hij was daar nog niet klaar voor. Teuntje was te oud voor zijn smaak.
De drieling die Geert en Stalin al rad kreeg kende toch een heuse bastaard. Obama heeft duidelijk meer weg van Teuntje dan van Stalin. Kip-Jong-Il , noch Stalin hebben Geert sindsdien nog een waardige blik gegund. Teuntje’s ego was gestreeld.
Maar geert heeft zijn mojo verloren, het zit er gewoon niet meer in.

Kip 8 schuifelt eenzaam door een veel te grote ren, ver weg van de Cucaburra. Haar twee zusters zijn afgelopen jaar vlak na elkaar gestorven. Ik bel aan bij de buurvrouw van mijn moeder, in wiens achtertuin zij desolaat ronddoolt. Ik heb bewust gewacht tot haar man van huis was, want ik ben bekend met de redeneringskracht van een vrouw: Ik heb ook relaties gehad, slechts 1 serieuze weliswaar.
Met mijn vluchtelingenwerk-betoog kreeg ik de buurvrouw snel aan mijn zijde. Ik had Kip 8 een beter, socialer en gelukkiger leven beloofd, onder het gezelschap van de inmiddels 7 Cucaburra-bewoners. De buurvrouw ging overstag, zo ook haar man, en de volgende dag kon ik Kip 8 ophalen.

Ik had mij bewust niet ingelezen over het plaatsen van een nieuwe kip in een bestaande horde, daar ik de natuur minimaal beoog te manipuleren. Ze regelen het wel, is mijn visie. Een half uur later pleur ik Kip 8 zodoende zonder pardon over het hek van de Cucaburra.

Respectievelijk Geert, Teuntje en Stalin reageren wat verrast, maar van een echt gevecht komt het niet. Maar toen Kip-Jong-Il – de inmiddels kersverse moeder van drie – zich ermee ging bemoeien, was de strijd al snel beslist. Kip-Jong-Il maakte gehakt van de nieuweling, en was niet van plan daarmee op te houden. De anderen voegde zich direct aan Kip-Jong-Ils zijde. De sociale exclusie van kip 8 was begonnen. De eerste uren verstopt zij zich op een ontastbare plek. Daarna komt zij steeds vaker, steeds iets langer in de open gemeenschap, dan steeds iets verder. Maar elke keer wordt zij weggepest, teruggejaagd naar haar verstopplek.
Nu probeert zij zich daar thuis te voelen, op haar relatief veilige plekje onder het nachthok. Zo nu en dan – eens in de 3 dagen – legt zij zelfs een ei, onder het nachthok. Teuntje, Stalin en Kip-Jong-Il komen nog steeds af en toe langs om haar zonder specifieke reden op haar falie te geven. Geert distantieert zich daar van.

Na twee weken is de positie van Kip 8 nauwelijks verbeterd.
De enige verandering is dat Geert zich steeds vaker gemoedelijk neerzetelt naast Kip 8. Hij vindt haar leuk, dat kun je zien. Hij wacht geduldig af – zoals het een gentleman betaamt – alvorens haar te bespringen.
Geert heeft gekozen. Maar ik vrees voor hem. Ik ben daar reeds geweest.

Geert en ik kijken elkaar aan. We denken hetzelfde:
‘Ik ga voor Kip-Jong-Il’.
‘Tijd om te stoppen met zoeken’.
‘Tijd om te stoppen met om de hete brij heen te dansen’.
‘Tijd om echt serieus te worden’.
En wel nu..

Want, je bent er tenslotte nooit klaar voor.