h

Freud overtuigde mij dat ik in essentie niets meer ben dan een bundel driften (id/es). Met name de seksuele drift (het libido) bepaalt of ik links of rechts ga. Mijn ego (ratio) kanaliseert die driften dermate, dat ik soms nog (gedeeltelijke) gratificatie ontvang, zonder er als een wild beest bij te lopen. Met behulp van mijn superego (geweten) kan ik dat ook nog eens doen zonder gearresteerd te worden. Jung voegde daar de notie aan toe, dat al onze individuele driften ontspringen uit een collectief onderbewustzijn. Zelfverwezenlijking (individuatie) bereik je door de archetypen die ik mijn deelpersoonlijkheden toeken, in harmonie te laten samenleven. Om echter kennis te ontwikkelen over mijn archetypische deelpersoonlijkheden, moet ik diep in mijn onderbewuste tasten. De poorten daarnaar zijn die van dromen, kunst, religies, mythen, verhalen, en feitelijk de mensen (en dieren!) om je heen. Daarin zie je ons collectief onbewuste middels archetypen en andere symboliek spreken.

Naarmate ik ouder wordt neemt mijn ego, en daarmee ook mijn superego, in omvang en invloed exponentieel toe, en raakt mijn onbewuste steeds verder uit zicht. Het belang dat ik gehecht aan dromen, religie (dogma’s daargelaten) en elke vorm van verhalen vertellen, lijkt evenredig af te nemen. Ik verword langzamerhand een egocentrische huls (persona) met een enorm rommelige huishouding binnenin. Wat ik zou moeten doen is dromen, geloven, kunst maken, vertellen, naar de mensen om mij heen kijken, of naar de dieren om mij heen. Kippen! Net als in dromen, mythen, verhalen, films, reflecteert mijn collectief van kippen de innerlijke verhoudingen tussen mijn archetypische deelpersoonlijkheden. Het is dus zaak om dat huishouden op orde te krijgen.

Teuntje, de oudste, tevens hegemonieus leider in de pikorde, is vooral de wijze oude, die je in elke film, mythe, vertelling en droom terug ziet. Haar volwassen onverschilligheid en elegante zelfverzekerdheid kenmerken haar. Dan is daar Geert, de haan, die uiteraard mijn mannelijke kant (animus) representeert. En de twee witten: Stalin is een handenbindertje. Grensoverschrijdend gedrag (herhaaldelijk de ren uitvluchten), diepgewortelde ongehoorzaamheid en agressieve concurrentiedrift kenmerken hem. De andere witte, Kip-Jong-Il, is haar zus en is toch vooral het ‘huisje, boompje, beestje-type’, of ‘de goede moeder’ in Jungiaanse termen. Stalin heeft zowel in de achtertuin, als in mijn innerlijke huishouden mij het afgelopen jaar verreweg het meest in de weg gezeten. Zo ben ik mij bijvoorbeeld op het werk vooral steeds meer gaan afzetten tegen alles wat mij begrensde, zij het bureaucratie, dan wel meningen van anderen. In mijn achtertuin heeft Kip-Jong-Il het opgelost door broeds te worden (wat eigenlijk een foutje van mij, het ego, was. De oorlog met Stalin had mijn gedachten voor te lange tijd van de eieren van Kip-Jong-Il gehouden). Stalin staakte direct al zijn negatief gedrag toen Kip-Jong-Il broeds werd en besloot later zelfs om haar zus te ondersteunen bij het broeden.

Ik weet nu wat mij te doen staat. Voordat ik gearresteerd wordt voor het naaktrennen door het stadscentrum, en voordat ik mijn baan verlies door onprofessioneel handelen of conflicten met collega’s, moet ik mijzelf richting een huisje, boompje, beestje gaan sturen.

Gelukkig kan ik er op vertrouwen dat mijn mannelijke daadkracht, volwassen wijsheid en onbegrensde creativiteit daarbij een handje helpen.