chicken love

Met een goede vriend van mij neem ik eens in de zoveel weken even alle misstanden van de huidige maatschappij door. Van globalisering, neo-liberalisatie, toenemende ongelijkheid en doorgeslagen automatisering tot aan oprechte liefde en aandacht voor je medemens en bewustzijn in het algemeen. 1 van de belangrijke onderleggers is altijd de kwantummechanica. Wat de kwantummechanica in een notendop is: niets is concreet, niets is tastbaar. Alles bestaat uit botsende stofjes. Ik kan mijn vuist niet door de tafel duwen, omdat de stofjes in mijn hand niet comprimeren met de stofjes in de tafel. Verder wordt het Boeddhisme vaak aangehaald, evenals het leven zoals kippen het leven. De bijeenkomsten waren in den beginnen cynisch van aard, maar we krijgen toch steeds meer door dat we er eerst zelf naar moeten handelen, willen we de maatschappij verbeteren. We nemen inmiddels het initiatief om zeer kleinschalige wereld verbeterende projectjes te starten. De bijeenkomsten noemen we vergaderingen.

Afgelopen week was er een spoedvergadering ingelast, mijn vriend had het uitgemaakt met zijn vriendin. Ze hebben elkaar ontmoet via een datingsite en houden het met vallen en opstaan al een jaar met elkaar vol. Het probleem nu is, dat hij met zijn vriendin in een soort van strijd is gewikkeld, waarin hij haar voortdurend moet overtuigen van zijn ondoorgrondelijke liefde en eeuwige devotie voor haar. Hij kan die garantie niet bieden, want hij wil eerlijk zijn. En als je eerlijk bent kun je niet met 100 procent zekerheid zeggen dat zij de ware is en dat je de rest van je leven verder wilt met haar. Telkens als ze het fijn hebben, komt de vraag: hoeveel houd je eigenlijk van mij? Zijn reactie is doorgaans als een middelbaar scholier die zijn huiswerk niet gemaakt heeft: ‘Ik heb het gevoel dat ik hier het antwoord op moet weten, maar ik heb geen flauw benul’. Wat volgt is een discussie over waarom hij niet met overtuiging die duidelijkheid kan geven die zij verlangt. Het gesprek gaat daarna vooral over de wederzijdse twijfels die zij hebben. Ander voorbeeld: zij stuurt een sms met heel veel blije gezichtjes en ‘Ik vind je lief’. Hij voelt de druk te moeten reageren, door haar liefdevolle uiting minimaal te evenaren, en liever nog te overtreffen. Anders zou haar haar teleurstellen. Hij is dus bezig met wederzijdse verwachtingen. Bovendien blijft zijn automatische natuurlijke emotionele non-verbale reactie onzichtbaar voor haar. Hij moet het door eentjes en nulletjes persen. Gedurende het afgelopen jaar is er zo een hoop stront ontstaan dat tevoorschijn komt zodra ze het leuk hebben. Op een zeker moment lijken we midden in de vergadering de kern te pakken te hebben: Je moet iets dat even mooi als abstract is als liefde (de mooiste dingen kun je niet beschrijven), niet kapot rationaliseren om duidelijkheid te willen krijgen.

De boeddhist zou zeggen: ‘Blijf ten alle tijden in het hier en nu’, ofwel: voel goed als het goed voelt. Punt.

De kwantummechanica zou zeggen: ‘Wanneer je het observeert, verander je het. Dus laat het.’

Wat zouden kippen zeggen? Niets. Kippen zeggen niets. Het enige geluid dat zij maken is een direct verlengstuk van hun emotie, het is een fysiologische reactie op hun emotie, een oerkreet. Zoals kreunen tijdens de seks of de wenende sirene van een baby. Kippen praten niet over hoe ze het met elkaar hebben, of wat ze van elkaar willen, of wat ze van plan zijn met elkaar. Kippen analyseren niet, ze rationaliseren niet.

Kippen hebben het daar niet over.