chicken heaven

Ik ben jaloers op kippen. Ik wil zoveel mogelijk leven zoals een kip leeft. Op intuïtie, emotie, gevoel, zonder het omslachtige bureaucratische geneuzel waarin wij mensen verstrikt raken. Die vrijzinnigheid van kippen spreekt mij aan.

Dit stuk heet ‘Cucaburra’. De Cucaburra is een ijsvogel, die ook wel bekend staat als de lachvogel, omdat zijn roep sterk overeenkomt met de lach van een mens. Nu is dat op zich al een goede reden om wat dan ook te vernoemen naar deze vogel, maar in dit geval gaat het nog verder.

Nadat een 5 jaar lange relatie op gruwelijke wijze uit elkaar spatte als een tegen de grond gesmeten mingvaas, zat ik behoorlijk in zak en as. De veiligheid, voorspelbaarheid, structuur en rust die mijn leven in die 5 jaren kenmerkten hadden mij in mijn beleving voorgoed verlaten. Ik besloot het anders te doen. Ik had rust nodig om aandacht te geven aan mijzelf, daarnaast wilde ik aandacht geven aan mijn avontuurlijke kant, aangezien ik ervan overtuigd was dat ik daar tot in lengte van dagen op zal moeten teren. Zo ging ik in de auto van mijn moeder 2 weken door Schotland toeren, zonder plan. Wat ik daar vooral leerde is (1) dat je pas echt jezelf tegen komt als je niet kunt terug vallen op anderen, (2) dat het delen van ervaringen niet noodzakelijk is om er iets van op te steken, (3) het een enorme kick geeft om autonoom te zijn en (4) om te overleven. Het jaar daarop ben ik in een impulsieve bui alleen naar Barcelona gevlogen om daar te clownen op de Ramblas. Daar leerde ik (1) om dapper te zijn en mij volledig over te geven aan wat de omgeving aan input levert (improviseren) en (2) oprecht contact te maken met mensen. De volgende zomer ben ik in 4 dagen naar Strassbourg gefietst. Ik leerde daar (1) mijn uithoudingsvermogen en discipline op te rekken en (2) vindingrijk te zijn, omdat ik mijn fiets constant in goede staat moest houden en mijn rugtas niet voller kon worden dan dat hij bij vertrek al was. De laatste vakantie, afgelopen zomer heb ik een commune in Spanje aangedaan, uit onvrede met het neo-liberale klimaat dat mij hier beheerste. Daar heb ik vooral geleerd (1) mijn kwaliteiten creatief in te zetten voor het hogere gemeenschappelijke goed, (2) de notie van eigendom te verwerpen en (3) de meest problematische – het kwaad van bureaucratie (controle het tegenovergestelde van vertrouwen).

Ieder jaar kom ik met meer moeite terug van vakantie, omdat ik steeds vrijer wordt in mijn denken en doen, terwijl ik steeds strakker gehouden wordt op het werk. Mijn terugkomst na mijn avontuur in de commune in Spanje is het toppunt: niet alleen ben ik nooit zo vrijgeestig geweest als op dat moment, ook kregen wij een nieuwe manager. Deze manager had expliciet de opdracht om orde, regelmaat, structuur, controle en rust te brengen. Hij kreeg die opdracht omdat onze locatie een nog al roerige is. Niet alleen vanwege de onstuimige doelgroep (psychiatrische jeugd), maar vooral door de onstuimige medewerkers. Afgelopen 4 jaren hebben we 5 verschillende managers gehad, welke allen niet in staat bleken om de rust te doen wederkeren. Dat is ook niet gek, want het team is in die periode geteisterd door vrijpartijen op de werkvloer, psychotische medewerkers, een geslaagde zelfmoordpoging van een medewerker, depressies en andere langdurige ziektes en als druppel die de emmer deed overlopen, een bezopen medewerker die daarom ook ontslagen is en op straat beland is. Kortom, zo vlak nar mijn terugkomst uit Spanje voltrok ‘de ultieme showdown’ voor mij en mijn manager zich.

Na een aantal maanden van dichtgeslagen deuren trek ik het niet meer. Via via hoor ik over een andere manager van een ander locatie. Een manager die net zo vrijgeestig als ik is. Een manager die zelfsturing prevaleert. Hij is de locatie-‘manager’ van ‘de Cocon’, wat een maatschappelijke opvang is. Tot mijn ultieme frustratie werd ook deze deur voor mij dichtgesmeten.

Natuurlijk praatte ik veel over deze ontwikkeling met mijn toenmalige vriendin. Zij kon helaas de naam van de locatie niet onthouden en sprak veelal van de Cucaburra. Vanwege de vrijzinnigheid die er in de samenleving van mijn kippen heerst en het feit dat ik de manier waarop zij samenleven benijd, vernoem ik dit utopische oord naar de locatie die mijn luilekkerland is en altijd onbereikbaar zal zijn.

De Cucaburra.

Inmiddels heeft onze onlangs aangetreden manager zijn taken neer moeten leggen wegens burn-outklachten. Ik heb mijn zelfsturing, mijn vrijheid, de tuin voor mijn vrijgeestigheid.

Ik heb mijn Cucaburra.