Liefde en haat zijn twee zijdes van dezelfde medaille. Verraad en vergiffenis hebben niet altijd een logisch causaal verband. En wat voor de een verlies is, is voor de ander zelfverrijking. Dat geldt voor man, vrouw, jong, oud, mens of kip.

Geheel tegen mijn hoop en wijsheid in trof cupido mij op 19-jarige leeftijd, inmiddels 9 jaar geleden. De andere pijl had het hart van de ex-vriendin van mijn beste vriend geraakt. Begrijpelijk was laatstgenoemde niet geamuseerd door de recente ontwikkelingen, maar na een vete van een aantal jaren, hebben we het contact hersteld, vergeven en vergeten en we wij zijn opnieuw beste vrienden geworden.

Na het derde jaar van de relatie met mijn ware liefde, ben ik uit mijn moeders huis vertrokken om op mijn zelf te gaan wonen, zij trok al rad bij mij in. Op de eerste dag dat ik mijn sleutel had, ontmoette ik mijn buurman, of beter gezegd, ik leerde mijn buurman kennen. Toen ik de klep van de kliko opende om er een vuilniszak in te gooien, kraakte de klep een tak van de jonge vlinderstruik in de buurmans tuin. Dat kon omdat er nog geen schutting tussen beide tuinen stond. Na 10 minuten belde de buurman bij mij aan en sprak de legendarische eerste woorden: ‘Wat ben jij een klootzak’, non-verbaal ondersteund met een verheven middelvinger. Deze begroeting is tot op de dag van vandaag de standaard, daarbij lijkt het niet uit te maken of onze onderlinge verstandhouding positief dan wel negatief is. Altijd weer de middelvinger en een openingszin met ‘klootzak’ als kernwoord. Je went eraan.

Twee jaar lang liepen mijn vriendin en ik hand in hand voort zonder al te veel strubbelingen op een hoopvol pad. De betrekkingen met de buurman waren neutraal tot positief te noemen. Het is een intrigerende en wijze man, met een intens en rijk verleden, en een bijzondere kijk op de wereld. Dit moet mijn vriendin ertoe bewogen hebben om van de een op de andere dag een relatie met hem te starten, en mijn nieuwe buurvrouw te worden.
Het hoe en waarom is mij nooit helemaal helder geworden, net als het hoe en waarom ik de betrekkingen met zowel mijn ex-vriendin als de buurman heb hersteld en tot een hoger level heb getild. Wanneer het stel ruzie had, werd van beiden kanten een appel gedaan op mijn vergevingsgezindheid en hulpvaardigheid. Een streling van het ego is moeilijk te negeren. Hun relatie duurde 2 jaar, waarna de politie er aan te pas moest komen om de intrigerende wijze man te behoeden voor stalkingspraktijken van zijn (aanstonds) ex.
Het was rond die tijd dat ik omwille van totaal andere redenen besloot om kippen te nemen. Dat kan toeval zijn, maar evengoed een klassiek geval van synchroniciteit.

Ik bestelde 4 kippen via marktplaats, of eigenlijk 3. Een van hen bleek later namelijk een haan. Vanaf het begin af aan had hij mijn sympathie al, omdat hij wegens pesterijen door de anderen, apart van hen werd gehouden door de eigenaresse. Hij werd zodoende in bescherming genomen voor zijn lompe (kuif hangt over zijn ogen), en paniekerige (trippelt als luigi) karakter, en algemeen afwijkende uiterlijk (klein, zwart, met een grote witte kuif). Aanvankelijk heb ik het kuiken dezelfde beschermende behandeling gegeven als de voormalig eigenaresse. Echter na een aantal dagen, hoorde ik weer eens vanachter de schutting: ‘He, klootzak!’, vergezeld met de gebruikelijke opgeheven middelvinger. ‘Je moet dat beest erbij flikkeren!’.
‘Ja maar dat is zielig’, antwoorde ik.
‘Zo is de natuur…hij moet daar gewoon doorheen!’.
Zo gezegd zo gedaan, en wonderwel slaagt de dappere dodo er in om zichzelf een prominente rol in de commune toe te bedelen. Niet veel later speelt hij de sleutelrol in de gezamenlijke verwekking en opvoeding van een drietal kinderen. Dit in schril contrast met de progressie van de buurman op deze vlakken.

Zodra daadwerkelijk onomstotelijk duidelijk werd dat ik een haan onder de gelederen had, merkte ik al rad dat dat niet bepaald een zege is. Ondanks mijn door magie overmeesterde liefkozing voor hem, viel mij vooral weemoed ten dele. Een haan is een paria, een onruststoker, en een werkeloze nietsnut (want legt geen eieren). Hoewel hij naar mijn idee de eerste discipel van de natuur is (schreeuwt de zon op en gaat voor het kraken van de nacht op stok), wordt hij verguisd door nagenoeg de gehele gemeenschap. Gevoed door mijn liefde voor hem, en mijn moralistisch besef, besluit ik hem te houden en hem Geert te noemen (daar hij de animalisatie van Geert Wilders’ ergste nachtmerrie is).

Met het lerend vermogen van Geert zat het wel goed. Zoals ik hem hielp te integreren in de harde samenleving, zo was hijzelf de barmhartige die Kip 8 (de als laatste bijgekomen kip) tegen het collectieve grof geweld van de gevestigde orde hielp te resocialiseren. Dat deed hij door de arme onder het nachthok weg gedoken dame in toenemende mate en stapsgewijze toetreding zijn volwaardige en onvoorwaardelijke acceptatie en sympathie te schenken. Al snel volgde Geerts kinderen en later de anderen, totdat Kip 8 op den duur opgenomen werd in de samenleving als volwaardig individu. Dat is precies wat ik ook altijd beoog te zijn.

Toen kwam de zure twist: mijn ex – waarmee ik op wonderbaarlijke wijze nog goed contact mee had – wilde graag de kuikens komen bezichtigen, en daar een lunch aan verbinden. Zo gezegd, zo gedaan. Het ging over koetjes en kalfjes en het was gezellig.
Een uur later krijg ik een mail van de buurman: ‘Verrader! Hoe kun je mij dit aandoen?’ (Verdere scheldkanonnade laat ik achterwege). Hij vervolgt: ‘die haan gaat weg! Niet omdat ik er last van heb, maar omdat ik weet dat je van hem houdt’. Dezelfde dag wordt ik nog gebeld door de woningbouw: haan moet binnen een week weg, of ik wordt mijn huis uitgezet.

Zonder verder in te gaan op de hypocrisie van de buurman, of mijn overdadige vergevingsgezindheid nader te onderzoeken, ga ik nog kokend van woede op zoek naar een enigszins bevredigende oplossing. Ik bel vrienden, familie, kinderboerderijen, de gemeente, de politie, de woningbouw en asielen op, maar niemand kan mij helpen aan een geschikte plek voor het beestje.
Op donderdagavond – de avond voordat de haan weg moet – vertel ik dit schrijnende verhaal in de Storyjam in Amsterdam. Het verhaal wekt medeleven en de medevertellers staan er op om een plek voor het beest te vinden, vanavond nog. Als we een afzakkertje doen bij de Ceuvel in Amsterdam Noord, krijg ik het aanbod van de lieve barvrouw om hem naar de Ceuvel te brengen: ze zullen goed voor hem zorgen en ik mag hem altijd bezoeken.

Maar…ik kom maar eens per week in Amsterdam, en dan lang niet altijd bij de Ceuvel. Ik zou zo veel missen. En wat als hij sterft? Dan ben ik er niet bij.
Dat deed mij beseffen…

Dat er geen plek op de wereld is waar hij thuis hoort, anders dan hier, bij mij.
Dat er geen plek op de wereld is waar ik wil dat hij eindigt, anders dan hier, bij mij.

En er is een plek waar hij eigenlijk nooit eindigt. Hier, in mij.