Stoutje kan een ontzettend ongehoorzame doerak zijn: Als ik wil dat zij in de ren blijft, faddert zij er over heen. Als ik wil dat ze de andere kippen niet pikt, pikt ze mijn broek. Als ik haar zeg dat ze niet in mijn bloemenperkje mag graven, dan graaft ze mijn hele tuin ondersteboven. Tot overmaat van ramp loopt ze mijn keuken binnen zodra er een kiertje in de deur zit. Ik ben weken bezig geweest om ervoor te zorgen dat we samen door 1 deur kunnen, maar het wilde maar niet lukken. Sterker nog, de andere kippen begonnen haar voorbeeld te volgen, en al gauw was mijn tuin volledig omgespit en lagen de kippenkeutels op de keukenvloer.

Ondertussen zie ik haar zus, Broedie, steeds minder vaak, totdat ze geheel van het toneel verdwijnt. Wat blijkt: Broedie is broeds geworden en zit dag en nacht op de eieren! Wat ik verwachtte was totale chaos: kippen die overal hun eigen nest gaan bouwen of ruzie maken om de broedplek. Maar niets bleek minder waar.

Wat je moet weten van broedse kippen, is dat zij nooit het nest verlaten. En met nooit bedoel ik ook absoluut nooit! Ze verlaten hun nest niet om te eten, niet om te drinken, niet om te wassen, of om te graven. Nooit laat een broedse kip haar eieren alleen. Het gevolg is dat Broedie zienderogen vermagert, verbittert en vervuilt. Broedie moet eten, drinken en wassen. Wat nu?!

Terwijl ik dagen – misschien wel weken – lang nadenk over een oplossing voor dit probleem, hebben de kippen het al gehoord en gezien. Vrij snel vertrouwden de andere kippen op Broedies kwaliteit als zorgzame moeder, en schoven hun eieren onder haar. En zo nu en dan duwden ze Broedie zachtjes van het nest af, om het broeden tijdelijk over te nemen, zodat Broedie kon gaan eten, drinken en wassen. Na 3 weken kwamen er drie eieren uit, drie piepkleine schattige donzige kuikentjes kwamen onder de beschermende vleugeltjes van Broedie vandaan. Direct was de drieling geaccepteerd door alle andere kippen, die Broedie hielpen met de kuikens voeren en wassen.

Als een fantastisch samenwerkend team hebben zij met z’n allen de drieling opgevoed. En ik heb nooit meer ruzie met Stalin gehad.