De economische crisis…
We weten allemaal wat er zo een beetje gebeurt is in 2008: Bankiers graaien. Het is nooit genoeg, ze willen altijd meer. Meer geld, en meer invloed. Pure gretigheid. Zij graven steeds dieper in de fundamenten van onze samenleving.
Toentertijd waren er wel mensen die de bui al zagen hangen: ‘Maar…dat gaat toch een keer fout?’.
‘Maak je geen zorgen, dat zal wel mee vallen, was steevast het antwoord. Niet veel later vallen banken en de huizenmarkt om.
Gevolg: Onderaan de samenleving hebben steeds meer mensen geen dak boven hun hoofd, geen eten en de zorg krijgt de hardste klappen.

De economische crisis…
Wat doen we er aan?
Stalin is een graver. En als ik het over Stalin heb, heb ik niet over de voormalig Sovjet-leider, maar over 1 van mijn kippen. Stalins expansiedrift bracht haar als eerste buiten die ren, waarop alle anderen volgden, met als resultaat dat mijn achtertuin van een paradijselijk hof in een kraterrijke zandvlakte veranderde. En voor Stalin is het nooit genoeg: Hoe veel eten ik ook in de ren strooi, ze blijft graven naar voedselresten, wortels en insecten diep in de grond. Ze graaft vooral langs de planten, langs de paden en langs de poten van het kippenhok.
De waarschuwingen waren er wel. Zo merkte mijn moeder vorige week op dat het wel leek alsof het kippenhok scheef stond. ‘Maak je geen zorgen, dat zal wel mee vallen’.
Aan het einde van de middag verstoorde een luide knal mijn middagdutje. Ik sprong verschrokken op en rende naar de achtertuin, en…Inderdaad het hok was omgevallen!
Het hok was bovenop de voederbak geland, waardoor de 7 dames geen eten meer hadden. Het dak was van het hok gevallen en aan gruzelementen. Alle kippen leken ongedeerd, maar ik telde er maar zes. Wat ik even was vergeten is dat het net pasen is geweest. En ieder jaar met pasen wordt de zus van Stalin – Kipjong-Il – broeds. Wat je moet weten over een broedse kip is dat zij haar toekomstig kroost verzorgd met haar leven. Een broedse kip eet niet, drinkt niet, wast zich niet en komt onder geen beding van haar eieren af. Niet als een andere kip een ei wil leggen op diezelfde plek. Ook niet toen ik het hok weer rechtop zette. Kipjongil zat in een surrealistisch aangezicht tegen de voorkant van het hok vast gebroed, op haar eieren. Toen ik het dak weer op het hok timmerde, bleef Kipjongil toegewijd op haar eieren zitten.
Alles was weer in de oorspronkelijke staat hersteld: De kippen hadden gegeten, waren rustig op stok gegaan, en ze leefden nog allemaal. Of…de eieren! Leven Kipjongils kinderen, die zij met haar leven verzorgde, nog? Ik openede de voordeur van het hok en schoof voorzichtig mijn hand onder kipjongil, om aan de eieren te voelen. Ze voelden warm, hard en ongeschonden.
De economische crisis…
Wat doen we eraan?
Ik denk dat we er nog even op moeten broeden