broedkip

Er huist mystiek in de drang naar individualiteit. Is het hebberigheid? Het definiëren van eigendom? Xenofobie? Bescherming van de kroest, en dus de genen?

Ik heb mij tijdens een verblijf in een commune in Zuid-Spanje afgevraagd hoe het kan dat daar de kinderen als ‘gezamenlijk eigendom’ werden beschouwd en behandeld, in plaats van als kinderen van hun ouders. Toch voelde het op een of andere manier als de natuurlijke gang van zaken.

Op een ochtend tel ik tot mijn verbazing niet 3, maar 2 eieren in het gezamenlijke nest van de toom. Vreemd. Bovendien mist er een kip, Stalin. Uit nadere inspectie blijkt Stalin onder het kippenhok verscholen te zitten, met een ei naast haar.

Stalin viel uit de toom. Stalin onttrok zich aan de gemeenschap. Stalin werd individualistisch. Overheidsingrijpen was noodzakelijk om kampvorming te bestrijden en ik doekte de nieuwe broedplek op. Daarmee beoogde ik de verbondenheid, saamhorigheid en vrede binnen de samenleving te behouden, en idealistisch genoeg de individualisering tegen te gaan. Voor Stalin betekende dit echter een oorlogsverklaring. Vrij snel daarna probeert Stalin nog eens een kamp te stichten, nu buiten de goelag. Ik besluit het hek rond de ren te verhogen.

De volgende dag: 1…2 eieren, 1…2…3 kippen. Dus: eieren en kip zoeken. Ik tref Stalin aan onder de vlinderstruik, schoffelend. Een aantal meters verderop: een nest. Ook dit kamp heb ik opgedoekt, en bovendien heb ik de bloempotten die Stalin via het dak van het nachthok de doorgang over het hek verschafte, verwijderd.

Volgende dag: 2 eieren, 3 kippen. Stalin buiten de ren. Een ei onder de vlinderstruik. Het was tijd voor drastischere maatregelen. Ik besluit Stalin vleugellam te maken (kortwieken).

Volgende dag: 2 eieren, 3 kippen, Stalin uit de ren, een ei onder de vlinderstruik. Blijkbaar was Stalin in staat om met anderhalve vleugel in een boog over het reeds verhoogde hek te fladderen. Ik zit met mijn handen in het haar en geef het op. Ik sta Stalin oogluikend toe zijn territorium te verruimen – met de afspraak dat hij de rozen met rust laat. Noem het een ribbentrop-pact.

Gedurende de energie- en tijdslurpende oorlog die ik met Stalin uitvocht, ben ik de eieren uit het nachthok vergeten te tellen. Kip-Jong-Il was er als de kippen bij om de stapel eieren te bebroeden. Kippen zijn enorm doortastend als het gaat om broeden, dat nemen ze nogal serieus. Niet uitzonderlijk is het dat een kip al broedend sterft, omdat het niet meer eet en drinkt. Bovendien weet Kip-Jong-Il de broedse staat maandenlang vol te houden. Omdat ze er maar niet mee op wil houden, besluit ik aan haar biologische wens te voldoen, en plaats wat IVF-eieren onder haar, van marktplaats. Aanvankelijk zorgt dit voor veel haat jegens haar, vanuit de gemeenschap. Tenslotte houdt zij de enige broedplek bezet. Kipjongil wordt de eerste weken verguisd, gepest en gepikt, ze beland direct onder aan de pikorde.

Mijn verwachting was dat de andere kippen op dit punt hun eigen nest zouden gaan bouwen om daar hun eigen kroost te stichten. Niets blijkt echter minder waar. Na enige tijd lijken zij te beseffen dat Kip-Jong-Il een altruistische functie kan vervullen op basis van haar kwaliteit als broedster. Ze kan haar kwaliteit inzetten ten faveure van de gehele gemeenschap. Wat er gebeurt is dat de anderen alle eieren onder Kip-Jong-Il leggen en, in een later stadium, op het moment dat de eieren onder haar kont vandaan groeien (inmiddels ca 13 stuks), besluiten Stalin en Teuntje zelfs mee te gaan broeden. Wat bovendien blijkt is dat Toetje een haan is, en zelfs een haan die capabel blijkt om de chickies te bestijgen. Terwijl de marktplaats IVF-eieren miskramen blijken (lees: opgevroten door Toetje), belanden er zodoende bevruchte eieren van Stalin en/of Teuntje onder Kip-Jong-Il. Er ontstaat een gemoedelijke verstandhouding tussen het kwartet. Een uiterst effectieve samenwerking tussen een haan en 3 kippen, met als resultaat een kerngezonde drieling!

Het mooie hieraan is, is dat geen van de kippen weet wie nu eigenlijk de moeder is, en het deert niet: De kinderen zijn van de gemeenschap. Daarnaast lijkt de individualisering, met name geprofileerd door Stalin, om te slaan in cohesie en samenwerking, op het moment dat er kinderen in het spel zijn.

Ik zal niet de eerste zijn, wanneer ik ons politieke bestel vergelijk met een kippenhok. Wat er momenteel volgens mij mis gaat, is dat iedere politicus zijn eigen ei wil bebroeden, en concullega’s daar zo ver mogelijk vandaan probeert te houden. Individualisme voert de boventoon, er is geen samenwerking. Er is concurrentie…oorlog. Een gemeenschappelijk ideaal ontbreekt, waardoor elke ideologie een vroege dood sterft. Men wil optimale controle en vertrouwt niemand. Het hele ‘democratische’ meerpartijensysteem is er om dit te waarborgen.

Politici praten nu vooral een veel, maar uiteindelijk…

Komt er niets van wat zij uitpoepen daadwerkelijk uit.

Daarom zou ik – als ware Ban-Kip-Moon – de volgende NATO-bijeenkomst willen openen met de vraag:

‘Is er een broedkip in de zaal?’