Dit keer een verhaal uit tweede hand. Ik heb het gevonden op een forum op internet en de auteur is onbekend. Ik maak deze uitzondering omdat het verhaal nog meer dan mijn eigen verhalen de menselijk aard en de intuitievere dierlijke aard (en de vervlechting van beiden) blootlegt. Er valt veel lering uit te trekken.

Het verhaal gaat als volgt:

1 van mijn kippen was broeds en zat op een groot aantal eieren ergens in onze tuin. Nadat ze haar broedse tijd had uitgezeten kwam ze met 6 schattige kuikentjes tevoorschijn.
Echter in haar broednest onder de frambozenstruik, lagen nog 4 eieren. Die waren blijkbaar van een latere datum en nu ze voor haar geboren kroost moest zorgen, kon ze aan deze eieren geen aandacht meer schenken.
Ik vond het maar een triest aangezicht, maar ja de natuur had zo besloten. Bovendien had ik al 20 kippen die ik eigenlijk helemaal niet wilde, maar die er nu eenmaal waren omdat haan en hennen zo hun best deden voor het nageslacht.
Wat nu te doen met die achtergebleven eieren? Ik besloot hen de volgende avond met bloedend hart in de kliko te leggen (!), omdat ik bang was dat als ik ze erin zou laten vallen, dat ze dan zouden openbarsten en dat ik dan van die hele zielige vogeltjes zou zien. Als ik wil weglopen – opgelucht dat ik deze macabere daad verricht had – meen ik een piep te horen. ‘Doorlopen!’, dacht ik meteen. Maar mijn benen weigerde. Ik moest terug naar die kliko!
En vanaf dat moment veranderde mijn leven compleet……………..

Ik tilde de deksel op en zei steeds in mezelf “Kom je bent hartstikke gek! Loop door en ga naar binnen”.
Tot mijn eigen verbazing ging mijn arm de kliko in, en haalde 1 voor 1 de eitjes eruit om hen ve olgens naar mijn oor te brengen. En tot mijn grote ontzetting hoorde ik 1 van de eitjes zachtjes tikken. Ik hoorde een stem mij zeggen: “Leg terug dat ei!” , maar mijn lijf draaide zich al om en liep met ei en al naar huis.

Thuis werd ik ineens cordaat en zogenaamd handelsbekwaam. Deze calimero moest maar bewijzen dat hij echt heel erg graag op onze aardbol wilde gaan verblijven. Als hij geheel zelfstandig uit zijn eitje kon komen, dan mocht hij wat mij betrof lekker bij de andere zusjes en broertjes wonen.
Ik nam een doek, de schoenendoos van mijn mooie pumps en een bureaulamp en legde het ei onder de doek in de doos onder de lamp. Vervolgens volkomen uitgeput van deze emotionele daad, besloot ik te gaan slapen.

De volgende dag was mijn eerste gang natuurlijk naar schoenendoos en doek. Ik ging er eigenlijk van uit dat ik een heel zielig dood vogeltje zou aantreffen. Niets bleek minder waar! Daar stond of liever gezegd, lag op tafel, uit de doos gesprongen, een inie minie minie minie kippetje, nog nat en verfrommeld. Zo lief zo lief…………….

We keken elkaar aan en toen gebeurde het……………….
Ik werd tot kippenmoeder uitverkoren.
Wist ik veel, dat een kip het eerste dat hij ziet na zijn geboorte, tot moeder bombardeert. Aanvankelijk dacht ik alleen maar ‘O wat is dit leuk, wat is dit leuk!’
Maar al gauw bleek dat de kleine in spe veeleisend was en absoluut niet alleen gelaten wilde worden: Krijsen krijsen, uren achter elkaar. Ik werd er helemaal gek van!
‘Misschien heeft hij het koud’, dacht ik nog. Dus ik kocht een echte warmtelamp. Maar het arme schaap bleef gillen. Aan het eten kon het ook niet liggen, want van de kuikenopfok at hij goed.

Uiteindelijk werd ik overspannen van het gegil, maar wat moest ik doen. Ik zag ineens voor me dat de kleine moederziel alleen uit wandelen werd gestuurd om vervolgens verzwolgen te worden door de kerkuilen bij ons in de uilenkast, of dat de buurman de kleine zou roven als voer voor zijn bijzondere roofvogels. Of zou ik de kleine onbewaakt laten rondlopen in de woonkamer waar mijn grote rode kater graag verblijft?

Niets van dat alles deed ik.
Om van het gekrijs af te zijn haalde ik hem steeds uit de doos en nam hem mee, maakte niet uit waarnaar toe, als ik maar verlost werd van het gegil.
Ik in bad, kip mee op de rand van het bad. Ik acher de PC, kip ook achter de pc. Inmiddels had kip ook een naam: ‘Klikokip’
Kliko en ik, we waren onafscheidelijk.
Helaas! Want hoe moest ik naar mijn werk? En als ik ging slapen bleef Kliko zonder ook maar een seconde te stoppen, roepen om zijn mensenmoeder. Ik beklaagde de dag dat wij elkander in de ogen keken.
Wat nu nog te doen. Hoe kon ik mijzelf verlossen?
Ik zette mijn kunstenaarsbrein aan het werk. Putte kennis uit de natuur. Australië! Daar had je kangeroe’s met een heuse “verlos buidel”. Zoiets zou uitkomst bieden! Ik moest een “verloszak ” ontwikkelen.

Voor thuis ontwierp ik de “fuchsia roze verlosbuidel”: een schort waarvan ik de zak hoog op de borst naaide. En voor elders: een paar zwarte t-shirts met dubbele klep op het decolleté.
En kliko verdween dan in de ene zak, dan in de andere zak.
En…….het werd stil! Goddank, het werd stil.

Overal waar ik kwam of was, daar waren we met z’n twee. En als een echte moeder sjouwde ik van alles met ons mee: Bakjes voor water en opfokvoer het ging allemaal in de Kliko-tas.

Autorijden was lastig, want Kliko vond het erg spannend in de auto en wilde dan perse op het stuur zitten om alsmaar mee te draaien.
Ik zal nooit die keer vergeten dat ik met mijn zwager en zus uit eten ging en dat ik stiekem Kliko meegenomen had in een van mijn zwarte t-shirts. Ik wist namelijk zeker dat dit onderwerp absoluut onbespreekbaar was. We zitten goed en wel aan tafel aan de soep, en ‘floep’ daar springt Kliko uit zijn zak zo in de soep. Normaal gezien deed hij dat nooit, want als het avond werd dan sliep de kleine als een roos. Ik kon daarom meestal ongegeneerd op stap, niemand die wist dat ik Kliko op zak had. Mijn zwager zijn mond hing open en ging voorlopig niet meer dicht. Mijn zus begon te gillen en ik haalde doodgemoedereerd Kliko uit de soep. Alsof het heel normaal was dat je je eigen kip had meegenomen. Ik siste over tafel: “Monden dicht en dooreten!”. Dat had ik wel eens in een heldhaftige film gezien….dat in tijden van nood je net moet doen alsof dat wat je doet heel normaal is.
Ik heb Kliko meteen weer in zijn zak gepropt en ben gaan praten over koetjes en kalfjes. Mijn zwager heeft er nooit meer naar gevraagd.

Enfin… je wil niet weten hoeveel zielen deze Kliko heeft blij gemaakt in zijn jonge leventje.
Overal waar hij kwam, toverde hij – enkel door aanwezig te zijn – een glimlach op ieders gezicht en verwarmde hij ieders hart.

Eens per week ging ik naar een inloophuis voor ernstig zieke mensen.
Kliko plopte daar uit zijn zak en het was feest. De meest gedeprimeerden schaterden van het lachen. Men belde en vroeg of ik de volgende week heel alsjeblieft Kliko weer wilde meenemen.

Ik was ontroerd door deze wending.
Al die blije harten van al die mensen, ik was echt geraakt.

Toen brak de dag aan dat ik na moest gaan denken over hoe Kliko een kipwaardig bestaan te geven. Kliko was inmiddels een grote hen geworden, met prachtige veren aan de voeten en een mooie gespikkelde kraag. Kliko sliep altijd in huis, op de rand van een houten keukenstoel met daaronder een krant. Hartstikke smerig en niet langer houdbaar zo.
En Kliko had een mensen familie, geen kippen familie. Zou de toom Kliko nog kunnen accepteren?

Toen ik zag dat de zussen en broers van Kliko door hun moeder steeds meer aan hun lot werden overgelaten, besloot ik met het “repatriëringsprogramma” te beginnen.

Stap 1 bestond uit kennis maken met de werkelijke familie.
Meerdere keren per dag een rondje tuin tussen alle andere familieleden.
Alle kippen kwamen kijken en Kliko ging steeds tussen mijn benen staan.
Maar het ging goed. Ze bekeken elkaar, bleven kalm en berispelijk.

Stap 2 kliko alleen zonder zijn moeder.
Dat was al wat heftiger.
Maar Kliko bleek een felle donder en pikte flink om zich heen. Iedereen bleef op gepaste afstand.

Algauw werd Kliko een volwaardig lid van de toom. Lekker scharrelen in de tuin en ruzie maken om een vette pier.

Op dit moment is Kliko een van de grootste kippen in het hok. Alle lekkere hapjes die gevonden worden door collega’s, worden in een mum van tijd afhandig gemaakt. Iedereen heeft het nakijken.

Ik ben blij dat ze het zo goed doet, want dat heeft ze verdient.
Er is toch niks mooier in het leven dan een mensenhart of een kippenhart gelukkig te zien en te maken?

Voor mij was het een uitzonderlijke ervaring…
Als mens ooit moederhen geweest te zijn.