Niet lang geleden plukte ik Richard uit het bos. Hij was daar een hut aan het bouwen, terwijl ik op kantoor op hem zat te wachten om met hem zijn spreekwoordelijke nest te gaan bouwen.
Allicht kwam de verwarring doordat ik Kipologie (r) op hem had toegepast.
Kort daarna is Richard naar een kliniek gegaan, waaruit hij met enige regelmaat heeft gepoogd te ontsnappen. Totdat de behandelaren het zat waren. Hij belandde weer thuis. Terug bij af.

Ik zou iets geleerd moeten hebben hiervan. Dat heb ik ook. Maar niet datgene wat de ouders van Richard en mijn baas hoopten.

Ban-kip-moon is 1 van de 3 kinderen der kippencommune in mijn achtertuin. Het is duidelijk een kind van Kip-jong-il. Ban-kip-moon kleeft aan Kip-jong-il. Raakt zij uit het zicht, dan wordt zij direct terug geklokt en gepikt. In het bijzonder gebeurt dit wanneer Ban-kip-moon het hippiehok (zelf geconstrueerde buitenslaapkamer met jaren 60 interieur) in wil. Kip-jong-il heeft dit nooit gedurfd, en durft het nog steeds niet.

Kinderen worden groot, zo ook Ban-kip-moon. Ze wordt groter dan haar moeder. En ze pikt het niet meer. Ze gaat zonder scrupules het hippiehok in, en later als ik mijn kas aan het bouwen ben in de tuin (met de poort open, oeps!) ontvlucht Ban-kip-moon de tuin.
Normaliter is dat reden voor paniek en een klopjacht. Maar ik heb iets geleerd: Hoe meer je verlangt van een puber, des te minder je krijgt. Ban-kip-moon heeft vertrouwen nodig, dat is alles.

Richard belt op in paniek. Hij moet direct weg. Weg van hier.
Rust!
Onafhankelijkheid!
En ontdekken wat hij kan.
‘Kom maar langs’, zeg ik. ‘Wil je je moeder erbij hebben?’
‘Liever niet eigenlijk, maar ze is mijn taxi, dus sja…’
We bespreken survivaltochten en communes, en eindigen bij een weekendje Duitsland in een hotel.

Zijn moeder zet hem af bij het bos naast het hotel. Richard wil namelijk wandelen. De volgende dag zou hij zelf terug naar huis komen.
Dat gebeurde natuurlijk niet. Dus moeder belt in paniek de politie en zet een 3-dagen durende klopjacht door de politie in werking. Als Richard eindelijk gevonden wordt, wordt hij wederom hevig gepikt, door de Duitse politie, door moeder en door vader.

Als ik later Richard vraag wat er nou gebeurt is, vertelt hij dat hij een hut had gebouwd, voorzien van dak en windschermen, een vuurkuil en wateropvanginstallatie. Hij had rust, onafhankelijkheid en wist nu dat hij wat kon.

Dit is het moment waarop ik een gesprek aan ga met moeder.
Uiteraard vertel ik haar over Ban-kip-moon en Kip-jong-il. Dat kinderen groot worden en dan een andere benadering vragen: Niet controleren en niet pikken, maar vertrouwen.
Ze lijkt het te snappen…

De volgende dag heeft Richard een plan: fietsen!
Waarheen? Hoelang? Geen idee.
‘Fantastisch idee!’, roep ik. Ik adviseer hem een zeemlap in zijn broek te leggen en wens hem veel plezier.

Als ik thuiskom vind ik Ban-kip-moon terug in de tuin, nadat zij een week heeft rondgezworven. En…ze heeft haar eerste eitje gelegd! In het hippiehok!

Dezelfde avond krijg ik een sms van moeder, die duidelijk moet wennen aan de nieuwe voorgenomen aanpak: ‘Klopt dit? Gaat Richard fietsen? Zonder plan?’

Ik sms haar terug:
‘Maak je geen zorgen Ban-kip-moon heeft zojuist haar eerste ei in het hippiehok gelegd.’