image

Ze schuifelt eenzaam door een veel te grote ren, ver weg van de Cucaburra. Haar twee zusters zijn afgelopen jaar vlak na elkaar gestorven. Kip 8 maakt al met al een fragiele, eenzame en hopeloze indruk. Het doet mij pijn haar zo ongelukkig te zien.

Als een nobel kippenrechtenactivist contacteer ik haar voogd (dat wil zeggen: Ik bel aan bij de buurvrouw van mijn moeder, in wiens achtertuin Kip 8 desolaat ronddoolt).
Met mijn vluchtelingenwerk-betoog kreeg ik haar snel aan mijn zijde. Ik had Kip 8 een beter, socialer en gelukkiger leven beloofd, onder het gezelschap van de inmiddels 7 Cucaburra-bewoners. De buurvrouw ging overstag, en de volgende dag kon Kip 8 emigreren. Wat ik weet van Kip 8, is dat zij wat ouder is (6, even oud als Teuntje) en soms kukelt. Vermoedelijk ligt daar een genderidentiteitsstoornis aan ten grondslag.

Ik had mij bewust niet ingelezen over het plaatsen van een nieuwe kip in een bestaande horde, daar ik de natuur minimaal beoog te manipuleren. Ze regelen het wel, is mijn visie. Een half uur later pleur ik Kip 8 zodoende zonder pardon over het hek van de Cucaburra.

Geert was haantje de voorste om te reageren. Hij moest wel, hij is de haan, men heeft verwachtingen van hem. Bovendien staat Geert positie ter discussie, sinds hij temidden van de communale samenleving een heuse bastaard heeft verwekt. Zodoende is hij ironisch genoeg veroordeeld tot de voet van de pikorde.
Hij keek haar aan, ging recht op staan, pronkte met zijn sierveren, en zei niets. Het was een prachtige dans, waar Kip 8 overigens geen sjoege aan gaf.
Toen kwam Teuntje, de aanvoerder van de pikorde. Teuntje is de oudste en kenmerkt zich door volwassen onverschilligheid. Teuntje en Kip 8 losten wat schaarse pikjes naar elkaar. Na een korte ontmoeting leek de partij onbeslist. De nieuweling voegde zich naast Teuntje, bovenaan de pikorde, zo leek het.
Toen kwam Stalin. De meest assertieve, extraverte en vrijgeestigste van allemaal. Een hels gevecht brandde los. Kip 8 leek het aanvankelijk te winnen van Stalin, verrassend genoeg, maar toen Kip-Jong-Il – de inmiddels kersverse moeder van drie – zich ermee ging bemoeien, was de strijd duidelijk beslist. Kip-Jong-Il maakte gehakt van de nieuweling, en was niet van plan daarmee op te houden. De anderen voegde zich direct aan Kip-Jong-Ils zijde. De sociale exclusie van Kip 8 was begonnen. De eerste uren verstopt zij zich op een ontastbare plek. Daarna komt zij steeds vaker, steeds iets langer in de open gemeenschap, dan steeds iets verder. Maar elke keer wordt zij weggepest, teruggejaagd naar haar verstopplek.

Ik weiger wederom om in te grijpen. Uitzetting is geen oplossing.

Nu probeert Kip 8 zich noodgedwongen thuis te voelen, op haar relatief veilige plekje onder het nachthok. Dat lukt enigszins: Zo nu en dan – eens in de 3 dagen – legt zij daar een ei, wat een goede graadmeter is. De anderen zijn genoodzaakt een passende omgangsvorm te vinden met de nieuweling. Teuntje, Stalin en Kip-Jong-Il komen de eerste weken nog steeds af en toe langs om Kip 8 zonder specifieke reden op haar falie te geven.

Geert begint steeds meer zich te distantieren hiervan. Sterker nog: Geert zoekt gestaag de intimiteit op met Kip 8. Niet opdringerig, maar zoals het een gentleman betaamd, zetelt hij zich in toenemende mate gemoedelijk neder naast haar. Steeds Vaker, steeds iets dichter bij. Het gevolg is dat eerst Kip-Jong-Ils kinderen en later Teuntje, Stalin en zelfs Kip-Jong-Il in toenemende mate onder het nachthok zijn te vinden, naast Kip 8 en Geert.

Kip 8 is allerminst een bruisend leven beschonken, maar ze is wel geïntegreerd.
Nu zijn er vele mogelijke conclusies uit dit verhaal te trekken. Een daarvan is wat mij betreft:

Als uitzetting geen optie is, gaat integratie vanzelf.