Het houden van kippen brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee, dat merkte ik al snel. Namelijk, de kippen ervaren mijn aanwezigheid vermoedelijk als die van een vader, teammanager, politiek leider, of zelfs een goddelijke macht. Wie weet. Het feit dat een voorheen uitgestoten kuiken vroeg of laat geïntegreerd zou moeten worden in de geconsolideerde samenleving van de andere 3 kippen, vroeg daarom van mij een bepaalde beleidsmatige aanpak, met daarachter een visie. Die visie reikt veel verder dan alleen het thema integratie, want: Wat mag je verwachten van een banneling? Wat kun je vragen van de samenleving? Wat zijn de gevaren en mogelijke baten? In hoeverre mogen de kippen zelf beslissen hoe zij dergelijke vraagstukken oplossen? Ben ik wel een democratisch persoon, of eerder een dictator? Geloof ik in de kracht van de intuïtie, of ben ik eerder een beschermheer? Behandel ik allen gelijk? In hoeverre tolereer ik geweld? Kortom: Wat ben ik voor hen? Wie ben ik voor hen? Wie ben ik überhaupt?
In mijn inmiddels 1-jarige experimentele zoektocht naar de juiste beleidsmatige aanpak en naar mijzelf als persoon, heb ik achtereenvolgens 5 verschillende leiders strategieën gehanteerd en geëvalueerd.

De eerste strategie was om het reeds bestaande beleid voort te zetten, zonder vragen te stellen. Zodoende bleef Geert – het vanaf jongs af aan buitengesloten kuiken – buiten De Cucaburra (de ren) en buiten het bereik van de geconsolideerde samenleving. Het gevolg was dat Geert enorm benijd en gepest werd, wanneer hij stoutmoedig de ren intrad. Echter zolang hij buiten bereik van de kippen bleef, deed hij geen afbraak aan de reeds aanwezige cohesie binnen de Cucaburra. De cohesie werd op deze manier gewaarborgd door problemen buiten de deur te houden of te ontkennen, echter van integratie was geen sprake. Ik leerde zo dat een nieuweling er gewoon doorheen moet, ondanks het inherente geweld van het assimilatieproces. Ik werd geforceerd om tijdelijk geweld toe te staan in mijn Cucaburra, en Geert bloot te stellen aan het collectieve gepik jegens hem, ten doeleinde het acceptatie- en integratieproces van Geert te faciliteren. Niet veel later bleek Geert een haan te zijn, wat weer de nodige commotie opleverde, die ik eveneens niet heb neergeslagen of anderszins beïnvloed heb. Wel had zich vlak voor Geerts intrede in de Cucaburra bij Stalin en Kip-Jong-Il (de twee Witten) de toenemende drang  ontwikkeld om uit de Cucaburra te ontvluchten, en zij voegden de daad steeds meer bij het woord. Er ontstond oorlog, waarbij ik hen vooral in de ren probeerde te houden, en zij vooral het tegenovergestelde deden.

Deze oorlog dacht ik te bezweren door de Witten letterlijk en figuurlijk vleugellam te maken, dat wil zeggen te kortwieken. Het weerhield hen er echter geenszins van om over het hek te fladderen, nu weliswaar met een boogje. Bovendien waren zij nu nog woedender dan voorheen. Blijkbaar had het ook geen zin om hen hun capaciteiten af te nemen en hen in hun vrijheid te beperken. Het werd alleen maar erger. Met deze ontwikkeling nam de cohesie af en het geweld toe, daar de gevluchte kip (Kip-Jong-Il, dan wel Stalin) bij terugkomst op zijn falie kreeg van de anderen.

Ik begon steeds meer te geloven dat geen enkele begrenzende vorm van beleid soelaas zou bieden, en besloot tot een derde strategie, een laissez-faire-beleid. Ik zou hen niet meer proberen te weerhouden van het ontsnappen uit de Cucaburra. Het gevolg was dat alle kippen in aanvankelijk gemoedelijke cohesie buiten de ren waren te vinden, om mijn hele tuin ondersteboven te schoffelen. Verspreid door de tuin ontstonden geleidelijk aan steeds meer nesten, ieder ging voor zich, de samenleving versplinterde en individualisering vierde hoogtij. In de lijn van het beleid heb ik zelfs alle eieren laten liggen waar zij lagen.
Ten gevolge van mijn dit laissez-faire-beleid, was Kip-Jong-Il op haar eieren blijven zitten om hen te broeden (omdat ik deze niet verwijderd had). Zorgvuldige herhaaldelijke examinaties van de eieren leerde echter dat geen van deze eieren bevrucht was. Een gebrek aan cohesie stond Geert in de weg om intiem te worden met de dames. Bovendien kan een broedse kip niet bevrucht worden, omdat het niet van het nest af te krijgen is. Omdat Kip-Jong-Il sinds haar broedsheid verlost was van haar ogenschijnlijk ontembare vluchtgedrag, dacht ik daarin de oplossing te vinden voor het oncontroleerbare gedrag van de dames. Tezamen met het collectief schenden van mijn vertrouwen, bracht dit bij mij de tegenreactie teweeg om hen overmatig te begrenzen en te controleren. Het hek ging omhoog en er werden eieren van Marktplaats ingevlogen. Het werkte niet: de eieren zijn nooit uitgekomen, doordat Geert hen kapot pikte. De vluchtpogingen van Stalin en Teuntje bleven eveneens aanhouden.

Langzamerhand werd ik radeloos. Mijn tuin zou compleet aan gort worden geschoffeld en er zou nimmer cohesie ontstaan binnen de Cucaburra. Het enige wat ik kon doen was mijn dierbaarste planten beschermen tegen hun vernietigingsdrang. Binnen dit gegeven kader moest ik hen toestaan alles te doen wat zij wilden. En van kuikentjes zou het ook nooit komen.
Geheel onverwachts zette zich echter een interessante ontwikkeling in. Nu de kippen niemand meer hadden om tegen te vechten, zijn zij zich weer gaan richten op belangrijke zaken. Ze waren steeds vaker te vinden rond Kip-Jong-Il, in het nachthok van de Cucaburra. Ze begonnen zelfs hun eieren erbij te leggen. Kennelijk erkenden ze de broedende kwaliteiten van Kip-Jong-Il. Toen zij doorkregen dat Kip-Jong-Il dorstig en ondervoed raakte, zijn zij in wisseldiensten de plek van haar over gaan nemen, zodat zij in leven kon blijven. Geert op zijn beurt, voelde zich steeds meer zelfverzekerd en veilig om de dames te bespringen. Er was bevruchting, productie, bebroeding en uiteindelijk de geboorte van een drieling. Dit is het resultaat dat de hoge mate van cohesie en samenwerking mogelijk heeft gemaakt. Geef hen de juiste kaders en zij regelen het wel!

Mijn huidige werkplek is een rumoerige. De doelgroep is onvoorspelbaar en zo ook het team van begeleiders. De afgelopen 4 jaar hebben verschillende managers geprobeerd om het team cohesie en productiviteit bij te brengen.

De eerste hanteerde een overwegend beschermende strategie, om de vrede te bewaren. Gevolg was slechts gedeeltelijke cohesie, namelijk een aantal collega’s werd in hun storend gedrag (en kwaliteiten) ontkent.

De tweede manager geloofde dat elke vorm van onrust zo snel mogelijk de kop in gedrukt moest worden, met als gevolg dat de medewerkers al hun vrijheid om enigszins te experimenteren verloren en vleugellam werden. De algehele sfeer was die van paniekvoetbal.

De derde manager was een vrijgevig man dat terughoudend was met het stellen van kaders, met als gevolg dat het team versplinterde en de productie teloor ging.

De vierde en laatste manager heeft getracht het team te controleren. Iedereen zou hetzelfde doen en niemand doet vooral gekke dingen! Hij voerde nieuwe regels in en zelfs een nieuwe werkwijze. Zodoende ontstond er enige cohesie binnen het team, echter werd de zich ophopende berg aan verantwoordelijkheden de manager te veel. Hij belandde in een burn-out en moest het opgeven.

Sindsdien is het team noodgedwongen zelfsturend. De financiën bepalen het kader en daarbinnen is alles mogelijk. Ieder heeft zijn vrijheid om te experimenteren naargelang zijn persoonlijke capaciteiten. Samenwerking, acceptatie, assimilatie en cohesie zijn de noodzakelijke voorwaarden hiervoor. Natuurlijk gaat dat soms gepaard met onderlinge strubbelingen en conflicten, maar juist daardoor hebben wij bewezen:
Wij regelen dat zelf wel.