Het was lang, lang geleden…men zegt dat het in het jaar 1284 was, maar niemand weet het zeker. Het was toen, dat er op de top van een heuvel vlak naast het Slowaakse stadje Nitra 6 Katholieken met elkaar discussieerden. Daar zitten zij! Zij evalueren de stand van zaken onder de zon…

‘Ik zie onder de zon: rijken die alsmaar rijker worden. Hoe rijker zij zijn des te rijker zij willen zijn, als een dorst die niet te lessen is’, zegt de eerst sprekende.

‘…en dat niet alleen.’, vult de tweede aan. ‘…zij zwoegen alleen en alleen voor zichzelf. Zij zwoegen voor grotere huizen, meer goud en meer sieraden. Maar wat is het dat zij meenemen naar het hiernamaals?’ Vraagt hij retorisch. ‘Voor wie zwoegen zij?’

‘…en ten koste van wie?’, vraagt de derde zich af. ‘Onder de zon zie ik onderdrukten onderdrukt worden door onderdrukkers. De onderdrukkers nemen toe en de onderdrukten zijn ongelukkiger dan de ongeborenen’

‘Onder de zon luistert niemand naar de arme wijze, maar liever naar de rijke dwaas met macht!’

‘Macht?!’, roept de zesde en laatst sprekende Katholiek. ‘…onder de zon denken mensen macht te hebben over het leven, over de dood en over de toekomst. Maar er is geen zin van het leven.’

En daarmee concludeerden de 6 cynisch contemplerende Katholieken dat de stand van zaken onder de zon nooit eerder zo slecht was, en dat deze alleen maar erger zou worden.
Wat moesten zij doen? Wat konden zij doen?
Rijkdom verbieden? Nee, de dorst naar rijkdom zal nooit gelest kunnen worden.
De onderdrukten bevrijden? Nee, nee, het waren er inmiddels al veel te veel.
De zin van het leven zoeken? Nee dat zou een onbegonnen zaak zijn.
De 6 Katholieken zagen ondertussen de zondes om hen heen angstaanjagend snel toenemen, zij zagen het water als het ware stijgen. Zij bedachten tot hun eigen treurnis dat het enige wat zij konden doen, was hun eigen zielen redden, en bidden. Zodoende bouwde zij een klein arkje op het hoogste punt van de omgeving, de heuvel van Nitra, om zich daarin te verschuilen en te bidden voor de armen, de rijken, de wijzen, de dwazen, de onderdrukten en onderdrukkers, de zwoegers en de ongeborenen.

Nu, Ruim 700 jaar later, is er weinig veranderd op de heuveltop naast de stad Nitra. In het kloostertje bidden een handvol monniken voor de armen de rijken, de wijzen, de dwazen en alle andere mensen op de wereld. En de wereld onder aan de berg en verder was eveneens nauwelijks veranderd, de toestand onder de zon was zelfs erger geworden.
Maar wellicht is er iemand die daar verandering in kan brengen.
Heden ten dagen, tussen dat handje monniken, leeft een oude monnik. En omwille van zijn leeftijd is hij de monnik met de meeste kennis. Zo wist hij alles van de lithurgie, de kruisvaarden, de reformatie, de rereformatie, en wat al niet.
Zijnde de oudste monnik, had hij ook de meeste ervaring. Hij had overleefd: de oecemenische golf in 1940, de neergang van het christendom in het midden-oosten, de opkomst ervan in afrika en azie, en de secularisatie in het westen.
Deze oude monnik bad zoals de andere monniken baadden, maar meer en harder. Hij bad voor de armen, de onderdrukten, zwoegers, de wijzen, dwazen, hij bad voor het leven, voor de dood en hij bad voor de toekomst.

Ja hij bad, maar net als alle andere monniken, kroop hij nimmer uit de schaduw van de kapel om zich neder te laten dalen naar de diepte van de zondige steden onder de zon.