Verhalen van Meester Ed

Basisschoolleerlingen kennen de tafel van 7, schrijven grammaticaal correct, wijzen Emmeloord aan op de kaart, noemen de jaartallen van de 2e wereldoorlog, onderscheiden een zoogdier van een reptiel en kunnen de juf natekenen. Maar weten zij ook wie zij zelf zijn? Kunnen zij uiting aan hun gevoel geven? Ontwikkelen zij zelfvertrouwen? Weten zij wanneer zij goed of kwaad doen? En zijn zij respectvol naar anderen?

In het onderwijs wordt tegenwoordig vaak gesproken over 21e eeuwse vaardigheden, zoals samenwerken, communiceren, sociale en culturele vaardigheden, probleemoplossend vermogen, kritisch denken en creativiteit. Volgens meester Ed zijn dit de vaardigheden die sinds het begin van de 21e eeuw in toenemende mate in het geding raken door toenemend rendementsdenken en individualisering.

Meester Ed verlangt terug naar de tijd waarin je samen boomhutten bouwde. De tijd waarin je duidelijke afspraken maakte, en na kwam, omdat je geen telefoon had om af te bellen/appen. De tijd waarin je je netjes voorstelde aan de ouders van je vriendjes. De tijd waarin je met alle kinderen uit de buurt (groot, klein, ongeacht culturele achtergrond) op het grasveldje voetbalde. De tijd waarin je je eigen fietsband plakte. De tijd waarin je je eindeloos kon verwonderen over de wereld en met een open en nieuwsgierige blik op avontuur ging…

Meester Ed richt zich daarom niet op het aanleren van 21 eeuwse vaardigheden, maar op het behouden van 20e eeuwse vaardigheden.